De winter zit er weer op

Panorama vanaf de Tonneblink (32m), Amsterdamse Waterleidingduinen

Nadat we in februari een periode met onvervalst voorjaarsweer hebben mogen beleven waarbij met veel zon de temperaturen opliepen richting de 20(!) graden hebben we het de afgelopen weken moeten stellen met een zijn-staart-roerende maart.  Een strakke straalstroom joeg de ene depressie na de andere richting noordwest Europa . En dat betekende regen, heel veel regen, en regelmatig harde wind, zeg maar storm. Windstoten van 100 km/uur waren geen uitzondering. Om toch een beetje aan mijn kilometers te komen zonder daarvoor als straf gezandstraald en gegeseld te hoeven worden heb ik het strand en de pieren van IJmuiden gemeden. Die pieren waren trouwens toch niet toegankelijk. Maar ook al loop je niet op het strand, ook op de hoge duintoppen was het bij vlagen bijna onmogelijk om op de been te blijven. En nat, drijfnat werd ik in de horizontaal striemende regen. Maar dit is geen klaagzang, integendeel, ik geniet er met volle teugen van.

Misschien was de werkelijke reden om wat minder loopjes richting het vertrouwde IJmuiderstrand te doen eerder gelegen in wat ik ‘de ontdekking van de Amsterdamse Waterleidingduinen’ noem. Na aanvankelijk een beetje voorzichtig de afgepaalde routes te hebben gevolgd ben ik daar nu helemaal ‘los’ en verken ik gewapend met mijn Garmin alle onbekende paadjes en trailtjes in dat uitgestrekte gebied. En keer op keer word ik ‘zwervend in de eenzaamheid’ overweldigd door de indrukken die dat oplevert. Vooral nu met dat ‘slechte’ weer! Want bij ‘publieksvriendelijke’ condities kan het daar behoorlijk druk zijn met wandelaars. Hoewel ik nu dus paadjes weet waar je (met alle respect) het doorsnee auto-gezin niet zo snel tegenkomt. Je hebt het er voor het kiezen: aan de hoger gelegen oostzijde bossen en zandduinen, meer naar het westen het waterwingebied met talloze kanalen en meertjes en daartussenin savanne-achtige vlakten waar de wind (en de hertenkuddes) vrij spel hebben. En dan is er natuurlijk nog het strand en de zee. Een hardloopparadijs in een (grote) notendop!

Maar de winter is voorbij en vanaf nu zal het overal wel weer drukker worden. Maar wat zou het, de warme wind langs benen en armen is er niet minder prettig door. Onder de link het fotoalbum van deze afwisselende winter.

Foto’s Winter 2018-2019

 

Lente in februari

Vorig jaar kwamen eind februari en begin maart de ‘Grote en de Kleine Beer’ vanuit het oosten op visite met strenge vorst en schaatscondities. Dit jaar heeft februari heel andere ambities: ze wil een echte lentemaand zijn en lijkt te proberen om maart naar de kroon te steken. Temperaturen van 13 tot 17 graden zijn al een week lang geen uitzondering meer en het lijkt nog even zo door te gaan. Ik kan me niet herinneren dat ik media februari al in korte broek liep, maar dit jaar is dat goed mogelijk, hoewel het ’s nachts en in de ochtend nog wel frisjes is. Maar de middagloopjes langs velden massaal bloeiende krokussen en sneeuwklokjes gaan met blote beentjes. En dat loopt veel fijner dan in zo’n strakke legging.

Medio februari: In korte broek onder het Tacitus-tunneltje

Qua gezondheid maak ik een wat moeilijke periode door met diverse onderzoeken. Hopelijk is het van voorbijgaande aard. Op het lopen heeft het niet zo veel invloed, maar op mijn werk merk ik wel dat ik sneller moe ben. Het zou best kunnen dat het ook tijdens de Brocken Challenge ongemerkt al aanwezig was. Voor de bijna 70 kilometer die ik gelopen heb had ik 11 uur 20 minuten nodig. Een gemiddelde van 6,1 km/uur. Om de top te halen zou ik nog eens bijna 3 uur nodig hebben gehad. Ben blij dat ik dat niet geprobeerd heb.

Volle ‘supermaan’ boven Stompe Toren (Spaarnwoude) op 19 februari.

En ik heb een nieuw ‘loopgebied’ ontdekt: de Amsterdamse Waterleiding duinen. Daar kun je prachtige zwerftochten maken. In tegenstelling tot het NPZK (wat trouwens ook heel mooi is, maar dat ik inmiddels op mijn duimpje ken) mag je hier ook buiten de paden lopen en is het 100% wandelaarsgebied. Je hebt er alles: mooie bossen, zanderige trails over duintoppen en uitgestrekte, savanne-achtige vlaktes bevolkt door talloze herten. Vanuit huis is het ongeveer 10 kilometer lopen (via Visserspad en Duinpieperpad) naar de ingang bij Bentveld, dus wel iets verder dan het NPZK (Bleek en Berg ligt op een kleine 4,5 kilometer lopen). Terug pak ik daarom meestal de trein vanuit Zandvoort. Ik heb inmiddels een jaarkaart voor de duinen aangeschaft.

Uitzicht vanaf de Rozenberg (36 m) richting Zandvoort

Jaarverslag 2018

Spaarndam in de vroege ochtend van 31 december 2018, tijdens het laatste duurloopje van het jaar.

Het hardlopen is in 2018 wederom een bepalende factor geweest. Met in ruim 360 kilometer in december (waarvan 103 in de laatste week) kwam het jaartotaal uit op 3901 km. Kwantiteit genoeg dus, hoewel daarmee een eind is gekomen aan een reeks van 8 aaneengesloten jaren van boven de 4000 km. Het aantal lopen was even groot als in 2017 (182), maar de gemiddelde afstand per loop is wat afgenomen.
Het aantal georganiseerde (ultra) marathons is met 9 stuks voor het eerst sinds 2008 onder de 10 gekomen. Daarbij komen echter nog 7 ‘belevenislopen’ van minimaal de marathon-afstand.

De dijk van Marken tijdens de ijzige koude op 3 maart

Als je alleen naar de cijfertjes kijkt dus een lichte afname van het volume, maar dat past helemaal bij het vorderen van de leeftijd. Qua beleving en betekenis blijft het lopen echter alleen maar in kwaliteit toe te nemen. De snelheid neemt af, maar het uren achter elkaar lopen lijkt alleen maar gemakkelijker te worden. En ook de ambitie om er steeds maar weer op uit te trekken wordt er niet minder op, integendeel. Lopen is voor mij een extra zintuig geworden voor verdieping van de geest en assimilatie van de natuur.

Tijdens de grote droogte en hitte van de zomer (Nationaal Park Zuid-Kennemerland op 1 augustus)

Wat waren de top-ervaringen? Natuurlijk de Brocken Challenge in februari, een ultraloop die voor mij en vele anderen tot een cult is geworden. Als buitenlander heb ik het voorrecht om aan de jaarlijkse loting te ontkomen zodat ik in 2019 voor de 10e keer aan de startlijn mag staan voor het ‘Here we go’. De tweede die bij me opkomt is de 11-strandenloop in oktober. Net als de BC een ‘Wohltätigkeitslauf’, in dit geval voor de Hartstichting. Geen wedstrijdelement, geweldige sfeer en prima organisatie. Het schitterende weer hielp natuurlijk ook een handje bij deze zware strandloop van Bloemendaal aan Zee naar Hoek van Holland.

Over het weer gesproken… Van mei tot en met september heerste de Grote Zomer van 2018 met zon, zon en zon, grote droogte en een onafzienbare rij dagen met temperaturen ruim boven de 30 graden. Ik ben geen warmteloper, maar door de lage luchtvochtigheid en door gewenning van het lichaam draaide ik er mijn hand niet meer voor om om marathons zoals de Bokemei Run en de Midzomeravondmarathon bij dat soort temperaturen te lopen. In maart echter kwam de Russische beer op bezoek. Gedenkwaardig was de ijzige trainingsmarathon van Volendam langs het IJsselmeer naar Amsterdam. Kruiend ijs bij Marken en ijszeilers op de Gouwzee bij een snijdende oostenwind.

Tijdens de 11-Strandentocht

En ik ben ook weer naar Engeland geweest. En dat verliep dit jaar niet helemaal volgens plan. In juni zou ik afreizen voor de Calderdale Way Ultra. Maar ik heb alles geannuleerd en ben thuis gebleven. Het zat niet goed tussen de oren, ik zag er als een berg tegenop en had er angstdromen over. In november heb ik een nieuwe poging gewaagd bij de Wooler trail marathon. In 2018 heb ik die succesvol uitgelopen. Maar dit jaar had ik nog geen twee uur gelopen of de moed zakte me weer in de schoenen. De Cheviot doemde op en ik dorst niet meer. Ik voelde me wankel en onzeker, had ook nog eens de verkeerde schoenen aan die geen grip boden op de modder. Uitgestapt dus. En het besluit genomen om geen wedstrijden in Engeland meer te lopen. De durf, elasticiteit, souplesse en drive om dat soort ultra’s te lopen is er gewoon niet meer. Zo maar ineens. Zal wel iets met de leeftijd te maken hebben, maar ook met een stukje mentale en fysieke slijtage denk ik.

Strand IJmuiden bij hoogwater en westerstorm, 8 december 2018

Hoe dan ook, de BC ga ik doen, de 11-strandenloop ook, plus een paar marathons in Nederland. En Rondom Haarlem, dat in 2018 o zo leuk was om te doen, wellicht ook de 6-uursloop van de Haarlemmermeer. En verder gewoon vrijheid, blijheid en de schoonheid van het lopen beleven in de duinen en polders rondom Haarlem. Zonder tijds- en competitiedruk, zonder sweepers. Weer of geen weer.

Zonsondergang vanaf Kop Zuidpier IJmuiden, 29 december


Resultaten 2018:

Kilometers totaal: 3901
Aantal lopen: 182
Aantal (ultra) marathons georganiseerd: 9
Aantal (ultra) marathons privé: 7
Aantal wedstrijden < 42km: 3

Uitgedroogd

De duinen, maar ook de polders bij Spaarnwoude vertonen een uiterlijk dat ik nooit eerder heb gezien. Geelbruine, uitgedroogde vlakten onder een meedogenloos stralende zon. Wanneer ik er doorheen loop komen er herinneringen op aan loopjes tijdens vakanties in Italië. Hetzelfde landschap, dezelfde lichtval, dezelfde kleuren en contrasten. Het lijkt wel alsof heel Nederland begin mei is opgepakt en ergens in het mediterrane gebied weer is neergelegd. Want al drie maanden beleven we de meest standvastige, zonnigste en droogste zomer sinds mensenheugenis. Niet alleen in Nederland, maar in heel Noord-Europa. In Haarlem en omstreken zijn en op twee of drie dagen een paar buitjes gevallen, en dan is het toch wel ‘pech’ om juist tijdens zo’n sporadische bui net op het IJmuiderstrand te rennen en daar van nabij zelfs een blikseminslag mee te maken. Schrikken! Vanwege de warmte loop ik nu ’s avonds vaak richting het iets koelere strand in plaats van de warme polder in. Van huis uit een mooi loopje van 14 kilometer tot aan IJmuiderslag en van daar uit weer met de (airconditioned!) bus terug. In deze tijd van het jaar kan ik dan vanaf het strand zo rond 21:30 de zonsondergang bewonderen.

Behalve het landschap is ook het lichaam veranderd. Het heeft zich perfect ingesteld op het verrichten van inspanning bij hoge temperaturen. Was ik vroeger helemaal kapot na een duurloop van een uurtje of twee bij een temperatuur van boven de 25 graden, nu draai ik mijn hand niet om voor een marathon onder het geweld van 28 graden of meer. Amersfoort (24C), de Bokemei Run (28C) en de Midzomeravond Marathon (29-30C bij de start). Toegegeven, de  lage luchtvochtigheid en het passaat-achtige windje uit noordelijke tot oostelijke richtingen maken de warmte dragelijker dan de gebruikelijke drukkend-benauwde transportwarmte die meestal de basis vormt voor hitte-uitspattingen in dit landje aan de Noordzee. Toch begint de aanhoudende warmte afmattend te werken, niet in de laatste plaats door het slechte slapen tijdens de ‘tropische’ nachten. Overdag staat er vaak een lekker briesje, maar dat valt ’s avonds weg waardoor het moeilijk is om het huis te luchten. Voor zover dat überhaupt mogelijk is bij etmaalgemiddelden die uitkomen op ruim boven de twintig graden. Maar we zullen er wel aan moeten wennen, want het einde van deze superzomer is nog niet in zicht. Nadat er afgelopen zaterdag een eind kwam aan de officiële hittegolf die 13 dagen had geduurd en waarbij op twee dagen 38-plussers zijn gemeten, kondigt zich de volgende hittegolf alweer aan.

Burn-out?

DNS. Geen Calderdale Way Ultra. Ondanks het feit dat alles geregeld en grotendeels gefinancieerd was heb ik op het laatste moment besloten om niet af te reizen naar Engeland. Het voelde niet goed. Fysiek en psychisch zag ik er tegenop als een berg. Een vreemd gevoel dat ik niet kende had bezit van mij genomen.

Niet gaan, zei ook het brekende glas.

De beslissing om datgene waar ik me al weken op had voorbereid niet ten uitvoer te brengen viel op dat moment gemakkelijk.   Veel moeilijker is de nasleep. De twijfel, het zelfverwijt, de momenten van spijt. Morgen gaan ze lopen en zit ik thuis.

En ik ben niet fit. Lusteloos, moe, teleurgesteld ook. Toch weet ik dat het de juiste beslissing is geweest. Die 80 kilometer zou ik met deze instelling niet uitgelopen kunnen hebben. En als dat het enige was dan zou dat nog het minst erge zijn. Ik had het gevoel dat er nog veel meer mis had kunnen gaan.

En nu? Ik zie alweer uit naar de volgende lange duurloop, dat wel. Met lopen heb ik door het gebeurde nog niet afgedaan. Maar ik besef wel dat dit een keerpunt zou kunnen zijn. Zojuist zat ik een opname van ‘La Grande Bellezza’ van Paolo Sorrentino te bekijken, een beetje als troost. Daarin speelt Toni Servillo de rol van Jepp Garbardella die na het uitbundig vieren van zijn 65e verjaardag in een prachtig gefilmd Romeins decor terugblikt op zijn leven. Op een gegeven moment zegt hij: ‘Nu weet ik zeker dat ik geen tijd meer wil besteden aan dingen waarin ik geen zin heb’. Precies zoals ik het nu ook voel: geen zin en het ‘moeten’ is voorbij.

Is de prikkel weg? De uitdaging verdwenen? Heb ik het wel gezien allemaal?
Is het een ‘lopers burn-out’ of was het gewoon een tijdelijke dip, veroorzaakt door oververmoeidheid?

Zomaar wat trainingsloopjes

Nog een dag of tien en dan staat er weer een behoorlijke ultra op het programma. Vanaf nu moet ik het daarom wat rustiger aan gaan doen. Maar de afgelopen weken heb ik tijdens diverse trainingsloopjes weer volop kunnen genieten van het gevarieerde landschap in mijn eigen omgeving. Hieronder een impressie.

De Veermolen (Penningsveer) tussen het Fluitenkruid
Noord-Hollands Duinreservaat bij Castricum
Het Noordzeestrand bij Bloemendaal aan Zee
De Waterleidingduinen bij de Zilk (Fransevlak)

Haarlem-Castricum (33 km)

Route Waterleidingduinen (37 km)

Geheimpje

Mysterieus meertje in de duinen

Hoe vaak ik al door het duingebied tussen Haarlem en het Noordzeestrand heb gelopen zou ik niet weten. Twee keer per week? Dat maakt al gauw honderd per jaar. Duizend of meer trails in het NPZK dus.
En daarbij natuurlijk altijd netjes op de toegestane paden gebleven :-).

Dan is het het natuurlijk een enorme verrassing om ineens op zo’n idyllisch plekje te staan. Vanaf het voetpad is het niet te zien, want het ligt verscholen achter de bomen en het oplopende terrein. Maar er loopt wel een ‘koeienpad’ naar toe en zo heb ik het gevonden. Ik heb het in afstandmeten.nl nog op de luchfoto proberen te vinden, maar zelfs bij diep inzoomen kon ik het niet zien. Misschien is het er ook wel niet altijd en is het ontstaan door de overvloedige regenval van dit voorjaar.

Waar het is? Tsja, dat hou ik lekker geheim…

Nou vooruit dan, 200…

Er zijn (nogal wat) veellopers die hun marathons en ultra’s tellen. Vanzelfsprekend moet je dan wel weten wát je telt. Iedere hardloper weet dat een marathon 42,195 kilometer is. Maar daarmee ben je er nog niet. Want kun je een langzame trainingsloop van 43 kilometer vergelijken met een stadsmarathon die je in 3uur 15min loopt? En kun je het parcours van die stadsmarathon hetzelfde laten wegen als een trailmarathon met een paar duizend hoogtemeters waarvoor je acht uur of meer nodig hebt? En hoe tel je dan een ultra van 85 kilometer? Zijn dat zomaar ineens twee marathons? Dan heb je ook nog die ultra van 105 kilometer waarbij je na 70 kilometer moest uitstappen omdat je de cut-off tijd niet haalde.
Er zijn verschillende pogingen gedaan om een hanteerbare maatstaf op te stellen opdat de ‘marathonverzamelaars’ hun tellingen met elkaar kunnen vergelijken, bijvoorbeeld door de ‘100-marathon clubs’ die je in diverse landen hebt.
Dan lees je bijvoorbeeld het volgende:

Hardloop-evenementen van marathon afstand of langer die niet op de IAAF en / of IAU wedstrijdkalender staan tellen alleen als:

– de juiste afstand wordt gelopen ofwel 42195 meter of meer,
– de beoogde prestatie wordt geleverd, ofwel de afstand wordt afgelegd na de officiële start en binnen de tijdslimiet,
– er bewijs is van de prestatie ofwel er is een eindklassement opgemaakt,
– het hardloop-evenement minimaal 4 weken vooraf bekend is gemaakt in een internationale of landelijke loopagenda of minimaal 4 weken vooraf akkoord is bevonden door de 100 Marathon club Nederland,
– het parcours vooraf is vastgelegd,
– het parcours is gemarkeerd of zeer eenvoudig met GPS is te lopen,
– het geen groepsloop is,
– het geen trainingsloop of sponsorloop zonder wedstrijdkarakter is,
– er minimaal 3 deelnemers starten.
– Een marathon is alleen geldig voor de 100 Marathon club Nederland als hij wordt gelopen binnen 6 uur. Voor een 100KM wedstrijd is dit 15 uur. Ongeacht de hoogtemeters en aard van het parcours. Voor bergraces en trails vanaf Ultra Long is dit niet van toepassing en worden de limieten van de organisatie gehanteerd.
– Indien in de uitslag van een uurloop niet is te zien dat er is voldaan aan het vorige punt dan is de minimale afstand voor een 12 uurs 70KM en voor een 24 uurs 140km.
– Voor hardloop-evenementen zonder tijdslimiet geld een minimum snelheid van 7 min/km. Voor een marathon betekend dit een tijdlimiet van 5 uur en voor een 100KM wedstrijd een tijdslimiet van 12 uur. Leeftijd van de loper/loopster, aard van het parcours en gelopen hoogtemeters kunnen de tijdslimiet verlengen:
– Voor leden van de leeftijd 70 t/m 74 is de tijdslimiet 5:30 en voor leden 75 en ouder 6:00.
– Voor elke 500 hoogtemeters wordt de tijdslimiet met 30 minuten verlengd.
– Voor trails wordt, voor elke 42 kilometer, de tijdlimiet met 30 minuten verlengd.
– Ultra afstanden tellen als 1 enkele wedstrijd ongeacht de afstand of duur.

… en zo gaat het nog wel eventjes door…

Dan kan ik toch niet nalaten om heimelijk in mijn vuistje te lachen. Zoveel regeltjes om iets in te kaderen dat ooit is begonnen met een volstrekt arbitrair gekozen afstand van 42,195 meter… Eigenlijk komt het er op neer dat je iets telt dat eigenlijk niet bestaat. Of dat je iets telt dat je eigenlijk helemaal niet kunt tellen, want hoeveel regeltjes je ook opstelt, van een appel kun je nooit een peer maken.

Zelf hou ik ook tellingen bij, dat moet gezegd. Maar die zijn een stuk simpeler. Een ‘marathon’ is voor mij alles wat tussen de 42 en 45 km ligt en een ‘ultra’ alles wat daar qua afstand bovenuit gaat. Ongeacht hoe lang ik er over gedaan heb en of ik wel of niet de officiële finish (wat toch ook maar een denkbeeldig getrokken lijntje in het landschap is…) heb gehaald. Want elke loop boven de 40 á 42 kilometer is gewoon een klus. En wat blijkt?

Volgens mijn eenvoudige criterium heb ik op dit moment precies 200 (ultra)marathons gelopen!

En als ik dat dan toch nader zou willen preciseren dan kom ik (sinds mijn eerste marathon op  4-4-2004) uit op  :
152 wedstrijden 42+ (waarvan enkele met een DNF na 42 km)
48 duurlopen 42+

Volgens het marathonclub-criterium zou ik ergens rond de 140 uitkomen, schat ik zo. Trouwens, met betrekking tot mijn eigen maatstaf heb ik ook een beetje gecheat (er zit namelijk één loop van 41,7 km bij…). Foei.

De Kleine Beer: Kalt, hart, schön (3)

Een koud en besneeuwd York

‘The Little Bear’. Zo noemen de Engelsen de tweede Siberische koude-inval binnen drie weken. Deze ‘kleine Russische beer’ duurde maar drie dagen, de ‘grote’ meer dan een week. De Grote Beer, eind februari, had in Engeland een blizzard ontketend en in Nederland een groot deel van het IJsselmeer met ijs bedekt. De ijzige Oostenwind deed de gevoelstemperatuur toen tot -15 graden dalen.

De Kleine Beer mag er echter ook zijn. Op veel plaatsen bulderde er een stormachtige oostenwind, met op de waddeneilanden windstoten tot 9 Beaufort. Op de Noordzee stond zelfs een volle storm uit het oosten. Na een ijzig weekend in York moest onze veerboot, de Pride of Rotterdam, daar vol tegenop boksen wat een veel langere vaartijd opleverde en een ‘very bumpy ride’. Aan dek was het alleen uit de wind vol te houden.

IJsschotsen in het de duinen bij Kattendel.

Vandaag heb ik na terugkeer van het lange weekendje in Engeland een rondje door de duinen gelopen. Het was nog steeds erg koud, maar de stralende zon maakte veel goed. Ook hier had de Kleine Beer zijn sporen nagelaten. En dat op 19 maart!

Een in de zon blinkende gletscher van bevroren zand