Uitgedroogd

De duinen, maar ook de polders bij Spaarnwoude vertonen een uiterlijk dat ik nooit eerder heb gezien. Geelbruine, uitgedroogde vlakten onder een meedogenloos stralende zon. Wanneer ik er doorheen loop komen er herinneringen op aan loopjes tijdens vakanties in Italië. Hetzelfde landschap, dezelfde lichtval, dezelfde kleuren en contrasten. Het lijkt wel alsof heel Nederland begin mei is opgepakt en ergens in het mediterrane gebied weer is neergelegd. Want al drie maanden beleven we de meest standvastige, zonnigste en droogste zomer sinds mensenheugenis. Niet alleen in Nederland, maar in heel Noord-Europa. In Haarlem en omstreken zijn en op twee of drie dagen een paar buitjes gevallen, en dan is het toch wel ‘pech’ om juist tijdens zo’n sporadische bui net op het IJmuiderstrand te rennen en daar van nabij zelfs een blikseminslag mee te maken. Schrikken! Vanwege de warmte loop ik nu ’s avonds vaak richting het iets koelere strand in plaats van de warme polder in. Van huis uit een mooi loopje van 14 kilometer tot aan IJmuiderslag en van daar uit weer met de (airconditioned!) bus terug. In deze tijd van het jaar kan ik dan vanaf het strand zo rond 21:30 de zonsondergang bewonderen.

Behalve het landschap is ook het lichaam veranderd. Het heeft zich perfect ingesteld op het verrichten van inspanning bij hoge temperaturen. Was ik vroeger helemaal kapot na een duurloop van een uurtje of twee bij een temperatuur van boven de 25 graden, nu draai ik mijn hand niet om voor een marathon onder het geweld van 28 graden of meer. Amersfoort (24C), de Bokemei Run (28C) en de Midzomeravond Marathon (29-30C bij de start). Toegegeven, de  lage luchtvochtigheid en het passaat-achtige windje uit noordelijke tot oostelijke richtingen maken de warmte dragelijker dan de gebruikelijke drukkend-benauwde transportwarmte die meestal de basis vormt voor hitte-uitspattingen in dit landje aan de Noordzee. Toch begint de aanhoudende warmte afmattend te werken, niet in de laatste plaats door het slechte slapen tijdens de ‘tropische’ nachten. Overdag staat er vaak een lekker briesje, maar dat valt ’s avonds weg waardoor het moeilijk is om het huis te luchten. Voor zover dat überhaupt mogelijk is bij etmaalgemiddelden die uitkomen op ruim boven de twintig graden. Maar we zullen er wel aan moeten wennen, want het einde van deze superzomer is nog niet in zicht. Nadat er afgelopen zaterdag een eind kwam aan de officiële hittegolf die 13 dagen had geduurd en waarbij op twee dagen 38-plussers zijn gemeten, kondigt zich de volgende hittegolf alweer aan.

Burn-out?

DNS. Geen Calderdale Way Ultra. Ondanks het feit dat alles geregeld en grotendeels gefinancieerd was heb ik op het laatste moment besloten om niet af te reizen naar Engeland. Het voelde niet goed. Fysiek en psychisch zag ik er tegenop als een berg. Een vreemd gevoel dat ik niet kende had bezit van mij genomen.

Niet gaan, zei ook het brekende glas.

De beslissing om datgene waar ik me al weken op had voorbereid niet ten uitvoer te brengen viel op dat moment gemakkelijk.   Veel moeilijker is de nasleep. De twijfel, het zelfverwijt, de momenten van spijt. Morgen gaan ze lopen en zit ik thuis.

En ik ben niet fit. Lusteloos, moe, teleurgesteld ook. Toch weet ik dat het de juiste beslissing is geweest. Die 80 kilometer zou ik met deze instelling niet uitgelopen kunnen hebben. En als dat het enige was dan zou dat nog het minst erge zijn. Ik had het gevoel dat er nog veel meer mis had kunnen gaan.

En nu? Ik zie alweer uit naar de volgende lange duurloop, dat wel. Met lopen heb ik door het gebeurde nog niet afgedaan. Maar ik besef wel dat dit een keerpunt zou kunnen zijn. Zojuist zat ik een opname van ‘La Grande Bellezza’ van Paolo Sorrentino te bekijken, een beetje als troost. Daarin speelt Toni Servillo de rol van Jepp Garbardella die na het uitbundig vieren van zijn 65e verjaardag in een prachtig gefilmd Romeins decor terugblikt op zijn leven. Op een gegeven moment zegt hij: ‘Nu weet ik zeker dat ik geen tijd meer wil besteden aan dingen waarin ik geen zin heb’. Precies zoals ik het nu ook voel: geen zin en het ‘moeten’ is voorbij.

Is de prikkel weg? De uitdaging verdwenen? Heb ik het wel gezien allemaal?
Is het een ‘lopers burn-out’ of was het gewoon een tijdelijke dip, veroorzaakt door oververmoeidheid?

Zomaar wat trainingsloopjes

Nog een dag of tien en dan staat er weer een behoorlijke ultra op het programma. Vanaf nu moet ik het daarom wat rustiger aan gaan doen. Maar de afgelopen weken heb ik tijdens diverse trainingsloopjes weer volop kunnen genieten van het gevarieerde landschap in mijn eigen omgeving. Hieronder een impressie.

De Veermolen (Penningsveer) tussen het Fluitenkruid
Noord-Hollands Duinreservaat bij Castricum
Het Noordzeestrand bij Bloemendaal aan Zee
De Waterleidingduinen bij de Zilk (Fransevlak)

Haarlem-Castricum (33 km)

Route Waterleidingduinen (37 km)

Geheimpje

Mysterieus meertje in de duinen

Hoe vaak ik al door het duingebied tussen Haarlem en het Noordzeestrand heb gelopen zou ik niet weten. Twee keer per week? Dat maakt al gauw honderd per jaar. Duizend of meer trails in het NPZK dus.
En daarbij natuurlijk altijd netjes op de toegestane paden gebleven :-).

Dan is het het natuurlijk een enorme verrassing om ineens op zo’n idyllisch plekje te staan. Vanaf het voetpad is het niet te zien, want het ligt verscholen achter de bomen en het oplopende terrein. Maar er loopt wel een ‘koeienpad’ naar toe en zo heb ik het gevonden. Ik heb het in afstandmeten.nl nog op de luchfoto proberen te vinden, maar zelfs bij diep inzoomen kon ik het niet zien. Misschien is het er ook wel niet altijd en is het ontstaan door de overvloedige regenval van dit voorjaar.

Waar het is? Tsja, dat hou ik lekker geheim…

Nou vooruit dan, 200…

Er zijn (nogal wat) veellopers die hun marathons en ultra’s tellen. Vanzelfsprekend moet je dan wel weten wát je telt. Iedere hardloper weet dat een marathon 42,195 kilometer is. Maar daarmee ben je er nog niet. Want kun je een langzame trainingsloop van 43 kilometer vergelijken met een stadsmarathon die je in 3uur 15min loopt? En kun je het parcours van die stadsmarathon hetzelfde laten wegen als een trailmarathon met een paar duizend hoogtemeters waarvoor je acht uur of meer nodig hebt? En hoe tel je dan een ultra van 85 kilometer? Zijn dat zomaar ineens twee marathons? Dan heb je ook nog die ultra van 105 kilometer waarbij je na 70 kilometer moest uitstappen omdat je de cut-off tijd niet haalde.
Er zijn verschillende pogingen gedaan om een hanteerbare maatstaf op te stellen opdat de ‘marathonverzamelaars’ hun tellingen met elkaar kunnen vergelijken, bijvoorbeeld door de ‘100-marathon clubs’ die je in diverse landen hebt.
Dan lees je bijvoorbeeld het volgende:

Hardloop-evenementen van marathon afstand of langer die niet op de IAAF en / of IAU wedstrijdkalender staan tellen alleen als:

– de juiste afstand wordt gelopen ofwel 42195 meter of meer,
– de beoogde prestatie wordt geleverd, ofwel de afstand wordt afgelegd na de officiële start en binnen de tijdslimiet,
– er bewijs is van de prestatie ofwel er is een eindklassement opgemaakt,
– het hardloop-evenement minimaal 4 weken vooraf bekend is gemaakt in een internationale of landelijke loopagenda of minimaal 4 weken vooraf akkoord is bevonden door de 100 Marathon club Nederland,
– het parcours vooraf is vastgelegd,
– het parcours is gemarkeerd of zeer eenvoudig met GPS is te lopen,
– het geen groepsloop is,
– het geen trainingsloop of sponsorloop zonder wedstrijdkarakter is,
– er minimaal 3 deelnemers starten.
– Een marathon is alleen geldig voor de 100 Marathon club Nederland als hij wordt gelopen binnen 6 uur. Voor een 100KM wedstrijd is dit 15 uur. Ongeacht de hoogtemeters en aard van het parcours. Voor bergraces en trails vanaf Ultra Long is dit niet van toepassing en worden de limieten van de organisatie gehanteerd.
– Indien in de uitslag van een uurloop niet is te zien dat er is voldaan aan het vorige punt dan is de minimale afstand voor een 12 uurs 70KM en voor een 24 uurs 140km.
– Voor hardloop-evenementen zonder tijdslimiet geld een minimum snelheid van 7 min/km. Voor een marathon betekend dit een tijdlimiet van 5 uur en voor een 100KM wedstrijd een tijdslimiet van 12 uur. Leeftijd van de loper/loopster, aard van het parcours en gelopen hoogtemeters kunnen de tijdslimiet verlengen:
– Voor leden van de leeftijd 70 t/m 74 is de tijdslimiet 5:30 en voor leden 75 en ouder 6:00.
– Voor elke 500 hoogtemeters wordt de tijdslimiet met 30 minuten verlengd.
– Voor trails wordt, voor elke 42 kilometer, de tijdlimiet met 30 minuten verlengd.
– Ultra afstanden tellen als 1 enkele wedstrijd ongeacht de afstand of duur.

… en zo gaat het nog wel eventjes door…

Dan kan ik toch niet nalaten om heimelijk in mijn vuistje te lachen. Zoveel regeltjes om iets in te kaderen dat ooit is begonnen met een volstrekt arbitrair gekozen afstand van 42,195 meter… Eigenlijk komt het er op neer dat je iets telt dat eigenlijk niet bestaat. Of dat je iets telt dat je eigenlijk helemaal niet kunt tellen, want hoeveel regeltjes je ook opstelt, van een appel kun je nooit een peer maken.

Zelf hou ik ook tellingen bij, dat moet gezegd. Maar die zijn een stuk simpeler. Een ‘marathon’ is voor mij alles wat tussen de 42 en 45 km ligt en een ‘ultra’ alles wat daar qua afstand bovenuit gaat. Ongeacht hoe lang ik er over gedaan heb en of ik wel of niet de officiële finish (wat toch ook maar een denkbeeldig getrokken lijntje in het landschap is…) heb gehaald. Want elke loop boven de 40 á 42 kilometer is gewoon een klus. En wat blijkt?

Volgens mijn eenvoudige criterium heb ik op dit moment precies 200 (ultra)marathons gelopen!

En als ik dat dan toch nader zou willen preciseren dan kom ik (sinds mijn eerste marathon op  4-4-2004) uit op  :
152 wedstrijden 42+ (waarvan enkele met een DNF na 42 km)
48 duurlopen 42+

Volgens het marathonclub-criterium zou ik ergens rond de 140 uitkomen, schat ik zo. Trouwens, met betrekking tot mijn eigen maatstaf heb ik ook een beetje gecheat (er zit namelijk één loop van 41,7 km bij…). Foei.

De Kleine Beer: Kalt, hart, schön (3)

Een koud en besneeuwd York

‘The Little Bear’. Zo noemen de Engelsen de tweede Siberische koude-inval binnen drie weken. Deze ‘kleine Russische beer’ duurde maar drie dagen, de ‘grote’ meer dan een week. De Grote Beer, eind februari, had in Engeland een blizzard ontketend en in Nederland een groot deel van het IJsselmeer met ijs bedekt. De ijzige Oostenwind deed de gevoelstemperatuur toen tot -15 graden dalen.

De Kleine Beer mag er echter ook zijn. Op veel plaatsen bulderde er een stormachtige oostenwind, met op de waddeneilanden windstoten tot 9 Beaufort. Op de Noordzee stond zelfs een volle storm uit het oosten. Na een ijzig weekend in York moest onze veerboot, de Pride of Rotterdam, daar vol tegenop boksen wat een veel langere vaartijd opleverde en een ‘very bumpy ride’. Aan dek was het alleen uit de wind vol te houden.

IJsschotsen in het de duinen bij Kattendel.

Vandaag heb ik na terugkeer van het lange weekendje in Engeland een rondje door de duinen gelopen. Het was nog steeds erg koud, maar de stralende zon maakte veel goed. Ook hier had de Kleine Beer zijn sporen nagelaten. En dat op 19 maart!

Een in de zon blinkende gletscher van bevroren zand

4000 plus!!!

Met een flinke eindspurt is het op het nippertje gelukt om ook dit jaar weer boven het totaal van 4000 kilometer uit te komen. Gisteren stond de teller na de duurloop naar IJmuiden op 3999, dus moest ik vanochtend op de laatste dag van het jaar nog even storm en regen trotseren tijdens een loop door de polders bij Spaarnwoude. Maar het resultaat is 4015 km in 2017!
Aanvankelijk was ik daar helemaal niet mee bezig, maar in de loop van november begon zich de mogelijkheid af te tekenen om voor het 8e opeenvolgende jaar de 4000 km te overschrijden. Toch leuk voor de statistieken.
Dit jaar is het ook weer gelukt om elke maand meer dan 300 km te lopen, waarvan 4 maanden boven de 350.
In 2017 heb ik 11 ultra’s of marathons als wedstrijd en 5 als training gelopen. Daarnaast 4 kortere wedstrijden.

jaar kilometers
2010 4401
2011 4301
2012 4244
2013 4213
2014 4119
2015 4225
2016 4256
2017 4015

Voorjaar!!

Het is voorjaar!!

Krokussen, Narcissen, Klein Hoefblad en het Speenkruid staan in bloei, het zonnetje schijnt en het de temperatuur kruipt richting de 15 graden.

Winter!

Ruige rijp in de Kennemerduinen

En toen werd het toch nog helemaal winter in Nederland! Een week of langer matige tot strenge vorst in de nacht en ook een aantal ‘ijsdagen’ met negatieve maxima. Sneeuw is er in het westen niet of nauwelijks gevallen, maar de ruige rijp maakte dat helemaal goed. Vroeg in de ochtend was alles bezet met een dikke laag flonkerende ijsnaaldjes, resulterend in een klassiek ‘winterwonderland’. Op tijd op pad dus om van al dat moois te genieten.
Zowel de polder als de duinen waren in een schitterende witte mantel gekleed, elk op zijn eigen bijzondere wijze. Door de kou bevroor de waterdamp in de lucht, waardoor er kleine breekbare naaldjes uit de onbewolkte hemel neerdwarrelden die op de paden een sneeuwachtig tapijtje vormden. Lopen in zo’n wereld is een feest. Hollen en stilstaan, want alles vráágt gewoon om een foto.
Naar het winter-fotoalbum 2017