Sjravele door Limburg

Zo, dat was dan de eerste voltooide ultra-loop van 2019. Wat bij de Brocken Challenge niet lukte, dat voltrok zich dit keer probleemloos: finishen. En met name dat ‘probleemloze’ kwam toch wel een beetje als een verrassing, want afgelopen maandag lag ik nog in het ziekenhuis vanwege een darm-endoscopie. Nee, het ging al weken niet zo lekker met de gezondheid. Voortdurend buikpijn en pijn bij langdurig zitten. Het onderzoek heeft gelukkig niet de diagnose opgeleverd waar je bij dat soort klachten bang voor bent, maar was wel aanleiding voor een vervolgafspraak.
Na zo’n spannende en emotioneel belastend begin van de week is een rondje door Limburg lopen natuurlijk een prima uitlaatklep. Maar dan moet je het wel op kunnen brengen natuurlijk. Want de dagen na het inwendige onderzoek had ik nog regelmatig pijnlijke krampen waardoor hardlopen niet echt lekker ging. Ik twijfelde dan ook of ik wel naar Heerlen moest afreizen. Maar een testloop van ruim 20 km op woensdag voelde al een heel stuk beter aan en op donderdag en vrijdag namen ook de krampen af. Wel nam ik me voor om niet de ultra van 50 km maar de marathon te lopen. Zou ik onderweg pijn voelen, dan zou ik er onmiddellijk mee kappen. Na dat goed in mijn oren geknoopt te hebben reisde ik vrijdagavond vanaf mijn werk in Amersfoort door naar Heerlen.


Daar sliep ik net als de voorafgaande jaren in het natuurvriendenhuis Eikhold. Een prima plek met een rustige kamer voor mijzelf. Spulletjes klaargelegd en lekker op tijd naar bed. Om een uur twee ’s nachts werd ik echter wakker van een tikkend geluid. Eerst dacht ik nog dat het lucht in de CV-buizen was, want zo klonk het, maar toen ik spetters in mijn gezicht voelde sprong ik mijn bed uit. Er bleken op diverse plaatsen druppels uit het plafond te komen die terwijl ik met verbazing toekeek overgingen in stroompjes water. Er lag al een hele plas op de vloer. Snel mijn spullen opzij geschoven en hulp gezocht. Maar waar? De receptie was gesloten. Bellen? Toen zag ik een pijltje op de muur met daaronder de tekst ‘huiswacht’. Het wees naar boven, de trap op. En inderdaad, daar was een deur waarop ‘huiswacht’ stond. Ik klopte op de deur en hoorde een slaperige stem. Enfin, samen met de inmiddels aangeklede huiswacht op zoek gegaan. Via een luik kwamen we op zolder en ja hoor: die stond vol water. De warmwaterboiler bleek een barst te hebben. Er moest een reparateur gebeld worden. Ik mocht verhuizen naar een andere kamer en ben om een uur of drie weer in slaap gevallen. De verdere ontwikkelingen heb ik maar niet afgewacht.

’s Ochtends was er inderdaad geen warm water, maar dat deerde niet. Na een snel zelf-bereid ontbijtje op de kamer ben ik op mijn OV-fiets gestapt richting de startlocatie in Imstenrade. Die was niet alleen verder dan ik gedacht had, maar vooral het hoogteverschil van 100 meter was op een OV-fiets zonder versnellingen en met een volle sporttas achterop nauwelijks te overbruggen. Ik moest regelmatig van de fiets af en wandelen.


Enfin, ik was op tijd vertrokken en was een half uur voor de start ter plekke, tijdig genoeg om me om te kleden. Daar waren weer de bekende gezichten van de ‘ultra-familie’ van Willem. Ja, en daartussen menig grijzend koppie. Aan de verhalen te horen zat de adrenaline er alweer goed in en was het gezelligheid ten top.

Na deze lange inleiding wordt het tijd om ook iets over de loop zelf te zeggen.
Wel, het was weer een feest om onder auspiciën van Willem en Annemarie door het fraaie Zuid-Limburgse decor te lopen. En daarbij ook nog heerlijk weer en droge bodemcondities. Op twee of drie plaatsen was het een beetje modderig (afgezien van een plek waar we over een stapel takken door een soort moeras moesten waden), zodat mijn nieuwe trailschoenen hun merites amper hoefden te bewijzen. En waar krijg je na 10 kilometer warme tomatensoep met ballen, na 20 kilometer Limburgse vlaai, na 30 kilometer brood met gebakken ei en na 40 kilometer een beker vla? Van deze loop val je niet af, maar kom je aan! Dat gebakken ei was trouwens het laatste zetje dat ik nodig had om te besluiten niet de 42 maar de ‘hele’ 50 km te gaan lopen. Want zonder het extra lusje van 8 km over de Schweiberg zou ik niet op de post bij Mechelen zijn teruggekeerd om die heerlijke versnapering in ontvangst te nemen. De gedachte aan de volle 50 speelde sowieso al een tijdje door mijn hoofd omdat het zo ‘lekker’ ging en er van de gevreesde krampen vrijwel geen sprake was.


En zo keerden we voldaan en niet eens zo moe in Heerlen terug. En laat ik daar nou een loper (Christoph Hoffmann) spreken die ik nog kende van de Brocken Challenge in februari. Natuurlijk ging het gesprek weer over de extreme omstandigheden aan de top, maar ook de zware sneeuwcondities tussen de Jagdkopf en Lauschenbuche. En hoe jammer het was om in mijn 10e deelname niet gefinished te zijn. Je zou het toch bijna nog één keer gaan proberen … 🙂
Maar vandaag wél gefinished, en dat leverde mijn 160e georganiseerde marathonplusser op.

Sjravele door Limburg
23 maart 2019
50km, 864 phm
30e van 38 M/V

Foto’s
Route

4-4-4

Het leek zo’n goed idee: mijn geboortedatum als startnummer voor mijn 10e Brocken Challenge. Tegen enige vergoeding kon je binnen bepaalde marges je eigen startnummer kiezen. Maar het gevoel herboren te zijn bleef dit jaar achterwege. Integendeel, het had meer iets weg van een geleidelijk afsterven…

De Brocken dus niet gehaald. Na ongeveer 70 kilometer, bij Köningskrug (Braunlage) wierp ik in de kille duisternis de spreekwoordelijke handdoek. Of eigenlijk wierp ik hem niet, maar kreeg ik hem door iemand om de rillende schouders gedrapeerd. Met nog maar 5 minuten marge ten opzichte van de cut-off en nog 11 kilometer te gaan en nog 370 meter te klimmen naar een door orkaanwinden geteisterde Brockenspitze, moest ik de zinloosheid van het verder gaan onder ogen zien.

Terug naar het begin. Op vrijdagavond de traditionele briefing, ingeleid door de Didgeridoo bespeling door ‘race director’ Markus Ohleff, begeleid door zijn kinderen. Altijd weer een magisch moment, waarbij ook de door mij vanaf de Brockenbahn gemaakte foto van een winterse zonsondergang wordt getoond als onderdeel van een diapresentatie over ‘die Strecke’. Na enige inleidende woorden en het noemen van de sponsoren en goede doelen brak dan het voor mij grote moment aan: de ‘jubilarissen’ werden naar voren geroepen. Dit jaar waren het er drie die aan hun 10e BC begonnen. We kregen een mooie oorkonde uitgereikt door een van Markus’ kinderen. Geweldig.

De pasta-party was dit jaar in een naburige Lutherse kerk. Prima verzorgd. Voor de aangekondigde ‘BC-Andacht’ (religieuze muziek) blijkt echter weinig belangstelling te zijn. We hebben dan ook net een briefing van anderhalf uur achter de rug, moeten vroeg opstaan en ook nog van alles in gereedheid brengen.  Bovendien was het nog 20 minuten teruglopen naar de Reiterhof. Goed bedoeld, maar een beetje teveel van het goede…

De nacht. Verkeerde slaapzak meegenomen. Een oud vod dat ooit per ongeluk in een centrifuge was gestopt zodat alle voering aan één kant opeengepropt zat en er voor de rest geen enkele isolatie meer over was. Kortom: ijs- en ijskoud daar in die Reiterhof. Uiteindelijk toch nog wat geslapen met alle kleren aan en mijn jas uitgespreid boven op de ‘slaapzak’. Prima ontbijt weer om vijf uur in de ‘Alter Tanzsaal’. Biologisch en vertrouwd, heerlijke koffie.

Dan de start. Ja, het zou 5 boven nul zijn in Göttingen om 6 uur in de ochtend. Dat klopte ook wel, zij het dat het Göttinger Wald waar we de eerste 5 kilometer doorheen moesten deels op bijna 500 meter hoogte ligt. En daar was het gewoon spekglad aangevroren. Glibberen, glijden en langs de randjes van het pad lopen. Had ik nou maar mijn Yaktrax aangedaan! Even stoppen en die dingen aantrekken, maar nee hoor. De steile afdaling naar Mackenrode was gewoon niet te doen, althans voor mij niet. Hoe al die anderen dat gefixt hebben weet ik niet, maar met de ‘sweeper’ (die vanwege de gladheid van zijn fiets afgestapt was) vlak achter me kwam ik verreweg als laatste in het dorp aan. Slecht begin! Een hoop gestuntel voor iemand die al negen keer meegedaan heeft…

Eenmaal beneden was het gedaan met de gladheid en tot aan Barbis (42 km) ging het prima. Ik kwam daar 50 minuten vóór de cut-off tijd binnen. De Harz lag vóór mij en er was nog van alles mogelijk. Bodywarmer aan, Yaktrax onder en verder gaan! Vol goede moed nog steeds.

En dan volgt de ‘Entsäfter’. Twintig kilometer langs een stijgend pad door het Steinaër Tal. Vanaf hier wordt de wereld wit. Minder indrukwekkend dan in andere jaren omdat door de dooi en de stevige wind vrijwel alle sneeuw van de sparren was verdwenen. Ik heb vrijwel dat hele traject gewandeld, net als vorig jaar. Gevolg was dat ik op de Jagdkopf (km 54) nog maar twee minuten speling had op de cut-off. Dat werd me door een mevrouw op die post verteld. Maar volgens het loopschema bestaat er daar helemaal geen cut-off tijd! Je kan daar namelijk niet uit de race stappen. Die mensen stonden daar al uren in de kou en moeten natuurlijk hebben uitgezien naar het tijdstip dat ze daar konden opbreken. Het was toen bijna twee uur in de middag. Acht uur voor 53 km is zo slecht nog niet op dit parcours. Hoe dan ook, de moed zonk me door deze ‘schrikbarende’ mededeling behoorlijk in de schoenen.

Het tweede deel van de ‘Entsäfter’, naar Lauschebuche, was zo mogelijk nog zwaarder. Hier was een omleiding ingesteld vanwege grootschalige bosbouwwerkzaamheden. Daardoor moesten we ons een paar kilometer lang door een tientallen centimeters dikke, niet geruimde sneeuwlaag voortbewegen via de bandensporen die er in waren gedrukt door een eerder gepasseerde vrachtwagen van de organisatie. Zwaar werk. Dankzij de loopstokken kon ik mijn evenwicht bewaren en een beetje dribbelen. Tot aan de post bij Lauschebuche (62 km) bleef het lastig om door te lopen (hier en daar was het eerder schuifelen)  over het oneffen sneeuw- en ijsdek. Ik arriveerde daar nog 10 minuten binnen de cut-off tijd. Weer tijd verloren dus.

Het begon winderig te worden en daardoor voelde het veel kouder aan dan het was. Na een beker warme bouillon gedronken te hebben ploeterde ik verder richting de volgende post, Köningskrug, op 69 km. Ook nu was er van hardlopen geen sprake meer, maar zelfs gewoon lopen kostte al (te) veel moeite. Regelmatig moest ik even stoppen om bij te komen. Mijn energie was op, ik was uitgeput. Te weinig gegeten? Misschien, maar vooral mentaal zat het verkeerd. De Brocken, die al die jaren als een magneet aan me getrokken had, kon mijn belangstelling niet meer wekken. Kwam dat door het vooruitzicht van die storm daarboven? De gedachte aan een bord Pommes Frites in Café Winkler in Schierke werd een ware obsessie. De Brocken verkopen voor een bordje patat? Een uitgeputte en gedemotiveerde geest kan rare ideeën hebben. De blaar onder mijn linkervoet deed pijn bij elke stap in de kleffe  sneeuw, maar daar kon je aan wennen.  De twee lopers die steeds bij me in de buurt hadden gezeten waren in de witgrijze duisternis vóór me opgelost. Om in dit tempo de Brocken te bereiken zou ik nog meer dan twee uur moeten lopen, en het was al tegen zessen. Het werd donker en er begon ijsregen te vallen.

En zo knapte het in mij en ben ik in Königskrug gestopt, ondanks dat de official daar me nog probeerde over te halen om verder te gaan. Kennelijk was ik nog steeds binnen de tijd… De twee lopers die ik had moeten laten gaan arriveerden uiteindelijk om acht uur op de Brocken, de laatste van de twee zelfs net over achten, wat officieel te laat was maar door de vingers werd gezien. En ik zou nóg later zijn binnengekomen… Toen ik plaats had genomen in het busje dat me naar Schierke terug zou brengen barstte er een forse hagelbui los met een paar felle bliksemontladingen. Daar zou ik midden in gezeten hebben op weg naar Oderbrück and Beyond.

Ik ben nog steeds van mening dat ik de juiste beslissing heb genomen, hoewel het best wel knaagt om de foto’s van de finishers en de uitslagenlijst op internet te zien. Als ik niet zo getobt had in die eerste vijf kilometer was het misschien anders afgelopen. Vlak voordat de bus vanuit Schierke naar Göttingen vertrok werd er nog een bundeltje binnengebracht, dichtgebonden met een touwtje waaraan een houten schijfje zat met daarin ‘444’ gebrand. Dat waren mijn ‘Klamotte’ die naar boven waren gebracht om me daar om te kunnen kleden. Dat houten schijfje is nu mijn ‘medaille’ geworden, de herinnering aan een wel heel bijzondere editie. Het zou zo maar kunnen dat ik, als ik de kans krijg,  volgend jaar toch nog ga proberen om de 10e keer naar boven te komen. Maar misschien laat ik het hier ook wel bij. De Brocken die uiteindelijk toch de sterkste was.

Brocken Challenge 9-2-2019
Afgebroken bij Königskrug (69,5 km, 1500 phm)
11u20m
Route

Aankomst in Barbis

Derde keer Rondom Haarlem

Na de 60 km langs het strand van vorige week was het zeker niet mijn bedoeling om dit weekend alweer een ultra te lopen. Maar het kwam er op neer dat ik zondag de  14e ‘ter eigen invulling’ had vanwege uithuizige bezigheden van de rest van de familie. En ja, wat doe je dan? Juist, een loopje uitzoeken. In zo’n geval kijk ik dan op de Ultraned kalender en daar vond ik inderdaad een interessante optie: de Pijnenburg Bosmarathon in Soest. Ik zou dan wel van de dag-inschrijving gebruik moeten maken.

Maar het liep anders. Want afgelopen woensdag liep ik na mijn gebruikelijke rondje door de duinen door Haarlem Noord terug naar huis toen ik een paar zinnen opving van een passerende fietser die iets zei tegen een kind dat naast hem fietste. Het ging kennelijk over mij: ‘Die meneer loopt hele lange afstanden..Rondom Haarlem…’. Vrijdagavond schoot me dit ineens weer te binnen. ‘Rondom Haarlem?’. Dat is toch die estafetteloop van 50 km langs het ‘Rondje Haarlem’? Snel even aan Google gevraagd en ja hoor: Zondag 14 oktober 2018 de 14e Rondom Haarlem. Toen was de beslissing snel genomen: vlak bij huis een mooie 50km, doen! Inschrijven kon gelukkig nog.

Dat was vrijdagavond. Maar op zaterdag was het ineens ‘oeps’. Want hoe kan ik het tegen al die estafetteteams opnemen? Met mijn 9 km per uur gemiddeld (als het meezit) ben ik later dan het langzaamste team weer terug en dan laat ik de hele organisatie op mij wachten. Ook niet leuk, voor geen van beiden. Precies 6 jaar geleden, op 14 oktober 2012 (mijn vrouw lag toen in het ziekenhuis) heb ik voor het laatst Rondom Haarlem gelopen, samen met Tom van der Veldt. Toen mochten we een half uur eerder starten dan de estafetteteams. Dus snel een mailtje naar Tom Puts gestuurd en ja, het mocht.

En dus startte ik om 08:30 samen met een andere sololoper, Oskar Diergaarde, voor de 50 km. Mooi weer, zonnig en het zou zelfs weer warm worden voor oktober. Dan is zo’n vroege start natuurlijk een voordeel. De route was anders dan wat ik me van de vorige keer herinnerde. De start was nu bij Bleek en Berg, hockeyclub HBS, zodat het klimgedeelte nu in het begin zat. Wel zo prettig. Al snel liep ik alleen, want Oskar wilde 10 per uur lopen. Eerst een heerlijk stuk door de duinen richting Kraantje lek (inclusief de klim over het Brouwerskolkje). Vervolgens over het Manpad naar Groenendaal. Op ongeveer 13 kilometer kwam de eerste estafetteloper al voorbij! Maar ik wist dat dat vroeger of later zou gaan gebeuren. Langs de Cruquius en het Zuider Buiten Spaarne naar de Molenplas. Vervolgens langs de Meerwijkplas naar Vijfhuizen. Toejuichingen op de wisselpunten. Ja, toch wel iets bijzonders, zo’n sololoper. Steeds meer teams, bestaande uit een loper met het stokje en een aantal fietsers, kwamen voorbij. Maar ik kon het tempo van 9,5 per uur gemakkelijk aanhouden. Bovendien kregen we nu de wind in de rug. Bij het wisselpunt van 25 km heb ik wat tijd genomen om te eten en te drinken van wat ik bij me had in mijn rugzak. Op 27 km was er een lus van 2 km door het nieuwe Reinaldapark, met de nodige klimmetjes. Hier was het echt warm en voelde ik voor het eerst wat vermoeidheid.

Op 31 km, bij het tankstation langs de A200 heb ik een minuut of 10 gerust met een beker Cappuccino. Ik had geen fietsbegeleider, en moest dus voor mijn eigen bevoorrading en rustmomenten zorgen. Hierna kwam ik op door mij veelbelopen terrein, via Haarlemmerliede naar Stompetoren. Het ging allemaal wat stroever, maar het ging. Verder over de Spaarndammerdijk, met een omweggetje door de Hekslootpolder. En uitgerekend daar begon de ineenstorting, zo rond 39 km. Ik weet nog dat ik me ineens begon te irriteren over een team dat al babbelend vlak achter me zat (ja, er zaten nog twee teams achter me). Daar begon het mee. In het Burgemeester Rijkerspark in Santpoort-Noord liet ik ze allemaal bewust passeren. Ik wilde niemand meer achter me hebben die mijn ‘ellende’ kon aanschouwen. En zo legde ik, joggend en wandelend, de laatste 5 kilometer af, via Brederode en de Bergweg naar de finish. Een wat teleurstellende afsluiting, hoewel het enthousiaste onthaal, de vele complimenten en de Skuumkoppe dat gevoel weer snel deden vergeten.

Toch maar weer mooi twee ultra’s in 8 dagen, beide in een behoorlijk tempo. Het was al met al een heel fijne loop. Er bleek nog een derde sololoper te zijn, Stefan van der Pols , die om 09:00 gestart was en die toch nog de snelste van de drie eenlingen bleek te zijn.

Doordat vanwege onderhoud aan een brug de route op het laatste moment moest worden aangepast viel deze iets korter uit dan 50km. Bovendien heb een wat andere weg genomen richting Stompetoren, zodat ik nog iets korter uitkwam. Maar het was geen wedstrijd, toch?

Dat was dan na 6 jaar mijn 3e Rondom Haarlem. Leuk detail: mijn nummer was 222 en toen ik de finish passeerde stond de digitale klok op 4:44:44 (!). Daar kwam dan nog wel de 30 minuten extra bij vanwege de eerdere start.

Bij thuiskomst ben ik even op bed gaan liggen … en toen schoot er een enorme kramp in mijn rechter kuit, die als gevolg daarvan nog steeds pijn doet. Toch een beetje te veel van het lijf gevraagd?

Rondom Haarlem
46,7 km
5u14m
8,92 km/u
3e van 3 solo-lopers

route

11 Strandentocht

Wauw, dat was top! Sponsorloop voor de Hartstichting van Bloemendaal aan Zee naar Hoek van Holland. Bedoeld voor wandelaars, maar ook heel gastvrij naar hardlopers. Helemaal in Elfsteden-stijl inclusief stempelposten, koek-en-zopie, klunen en ‘It giet oan’. Elke stempelpost een feest met vlaggen, banieren, DJ-auto’s en catering. En als extra ondersteuning onverwachte fourageringen onderweg door de mensen van de reddingsbrigades met zakjes tomaat en notenrepen. Er lijkt zoveel geïnvesteerd te zijn in de organisatie en de aankleding dat je zou denken dat er geen cent over zou blijven van het inschrijfgeld. Nou integendeel: de opbrengst nadert de 100.000 Euro.

Het enige dat niet met de winterse klassieker overeenkwam was het weer: geen ijs natuurlijk, maar wel de hele dag zon en tegen de 20 graden. Dat maakte het bij wijlen best wel een zware onderneming. Met name de passages langs de grote badplaatsen Zandvoort, Egmond, Katwijk en Scheveningen waren lastig door de vele mensen (en honden en paarden) die het zand omgewoeld hadden tot in de branding. ‘Beach volleyball’ noemt men de vergelijkbare zachte sneeuwcondities tijdens de Brocken Challenge. Ook zo’n goed verzorgde sponsorloop.


Bij Katwijk, de haven van Scheveningen (pff, wat was het warm daar) en ter hoogte van de ‘Zandmotor’ moest er gekluund worden, dat wil zeggen, even van het strand afgegaan worden. Niet zo erg hoor,om weer vaste grond onder de voeten te hebben. Het laatste deel, van Scheveningen naar de Hoek, bestond uit heerlijk vlak strand, het bekende biljartlaken. Vanaf Monster kwam de finish in zicht, met zijn vlaggen en rode spotlights. Het werd al donker en de schepen op het Calandkanaal staken donker af tegen de felverlichte terminals op de Maasvlakte. Wat mooi om zo te finishen. Even op de foto, bloemetje, mooie medaille, lekker biertje en met de touringcar weer terug naar Bloemendaal (Haarlem, in mijn geval). 60 kilometer in iets meer dan 8 uur, inclusief twee koffiebreaks.

Helemaal top,  en wat een enthousiasme straalden al die vrijwilligers uit! Zo mooi dit.


11-Strandenloop
6 oktober 2018
60 km
8u 06min
1111 deelnemers op verschillende afstanden
28 hardlopers op de 60 km

Route
Foto’s

Oude Rot

‘André Boom is ook een van die oude rotten…’ klonk het uit de luidsprekers op de atletiekbaan van Haag Atletiek. Inderdaad, en zo voelde ik me ook. Na de 12 uurs, twee maal 9 uurs was het ditmaal de beurt aan de 6 uurs. Aangezien ik afgelopen zondag nog een warme marathon in Amersfoort had gelopen en het mij allang niet meer lukt om in 3 dagen van een dergelijke inspanning te herstellen wist ik van tevoren al dat er geen wonderen te verwachten waren. 55 Kilometer was het streven, maar de afgelopen dagen voelden mijn benen dusdanig dat ik al blij zou zijn met de marathon afstand.

Inderdaad volgde er, na ruim 30 km in de eerste 3 uur, een behoorlijke dip. Geen reden tot paniek dacht ik, eerst die marathon maar eens zien te halen. Dus ging ik rustig even de kantine in om op mijn gemak een bak koffie te dringen. Daarbij kwam ik in gesprek met de ‘speaker’ Dick Passchier (een naamgenoot van de Dick Passchier) die mij vertelde dat hij 30 jaar geleden ook commentaar gaf bij de eerste editie en dat hij uitgenodigd was omdat dit de laatste editie van de 6- en 9-uurs van Den Haag zou zijn. Nou, dat was wel even schrikken, erg jammer dat zo’n mooie en gezellige klassieker aan zijn eind komt. Gelukkig was ik er wel bij aanwezig, bij deze laatste editie. Ik vertelde hem ook van de marathon van afgelopen zondag. Vervolgens heeft hij bij mijn doorkomsten een paar keer omgeroepen dat ik deze 6-uurs zat als ‘een beetje uitlopen na de marathon’.

Nou, zo was het nou ook weer niet. Na de rustpauze kon ik er weer even tegenaan, maar na een kilometer of 5 begon het weer moeilijker te worden. Aan het weer lag het niet, het was niet al te warm en er stond een heerlijk frisse zeewind. De atletiekbaan ligt dan ook maar een paar kilometer van het strand van Kijkduin. In het parcours zit een stukje duinrand met twee klimmetjes. En die werden steeds lastiger zodat ik daar af en toen even moest gaan wandelen. Maar geen nood, de 50 Km werd gepasseerd, 51, 52. En toen lukte het me om er in de laatste drie ronden nog even flink de beuk in te gooien, want ik bedacht me dat het toch wel moois zou zijn om die 55 km er uit te slepen. Hoofdrekenen tijdens het laatste halfuur van een 6-uursloop is echter geen sinecure, vooral als je de lengte van een ronde niet precies weet. De omroeper hoorde ik zoiets zeggen als 1870 meter. Dus met 29 ronden en nog 1 km zou ik het net kunnen halen. Het werd 29 ronden en 950 meter. De rekenmachine komt dan uit op 29×1852 + 950 = 54.703 meter! Nou ja, dat rond ik gewoon af op 55 km hoor! Missie volbracht. 119 km binnen een week met daarin twee wedstrijden met minimaal marathonlengte. Mooi toch?

16 juni 2018
6-uursloop Den Haag Atletiek
54.703 meter
11e van 23

Sjravele

Is dit Sjravele…?

Ik moet nog even uitzoeken wat het betekent, maar Sjravele door Limburg op een mooie lentezaterdag is een alleszins plezante en bijzonder relaxte bezigheid. Het koude, zeg maar ijzige weer van de afgelopen weken had plaatsgemaakt voor een voorzichtige lentestemming. Zonnig, bijna geen wind en bijna 14 graden.

Willem Mütze had samen met Annemarie weer een mooie ronde uitgestippeld. Samen met ‘Sjravele 1’ op 14 februari vormde deze loop het alternatief voor de legendarische, maar niet meer georganiseerde ‘Limburgs Zwaarste’ van 100 km. Twee kleinschalige (enige tientallen lopers) en ontspannen (‘we hebben de tijd’) landschapsloopjes, beide startend in Heerlen. De eerste volgt een grote lus naar Vaals, die van vandaag liep over Schin op Geul en Valkenburg. Niet uitgepijld, op een paar krijtmarkeringen na, moest de route op de Garmin gelopen worden. Sommige deelnemers hadden zelf geen navigatie bij zich en hoopten kennelijk bij anderen te kunnen blijven die dat wel hadden. Maar dat viel niet mee vanwege de verschillende tempo’s. Zelf hield ik enige tijd een klein groepje bij elkaar aan de staart van het peloton, dat bij de laatste verzorgingspost toch weer uit elkaar viel. Die verzorgingen waren zoals we van Willem en Annemarie gewend waren: perfect. Om de 10 kilometer troffen we hun camper aan met warme en koude drank, soep, vlak en het onvolprezen sneetje brood met gebakken ei. Alleen dat vormt al voldoende reden om half april mee te doen aan de Castricum Ultraloop!

Al met al een heerlijke tocht door het heuvelachtige Limburgse land dat er deze keer droog en dus goed beloopbaar bij lag.

Ik was vrijdag al afgereisd vanaf mijn werk in Amersfoort en heb overnacht in Eilhold (Nivon) in Heerlen. Prima verblijf en ook de zondag ben ik samen met echtgenote in Schin Op Geul gebleven om nog een dagje na te genieten.

O ja, en wat betekent ‘Sjravele’ nou?
Sjravele is ein Limburgs woord veur ónröstig, óngedurig bewaege van emes dae neet sjtil kènt zitte of ligke.

Heuveltje af… (foto: Willem Mütze)

24 maart 2018
Sjravele door Limburg
53,7 km
1050 phm

7u25m
20 van 27 op 53 km, 5 lopers op 42 km, 1 op 32 km)
Route
Fotoalbum

15e editie Brocken Challenge = 150e ultramarathon

De 15e editie van de Brocken Challenge was mijn 150e gelopen ultramarathon. Het ging niet vanzelf, maar met de 12u 29m was ik dik tevreden, temeer daar het er even naar uitzag dat ik de finish helemaal niet eens zou gaan halen.

Karakteristiek beeld van het eerste deel van de route. Tussen Landolfshausen en Seulinger Warte (km 12)

De Brocken Challenge (BC) bestaat grofweg uit twee gedeelten. De eerste 42 km van Göttingen naar Barbis heeft het parcours het karakter van een niet al te zware landschapsloop. Alleen de passage over de Hellberg op circa 23 km ‘ist ein bisschen trailig’. De eerste 5 km gaan door het Göttinger Wald omhoog. Hier lagen wat sneeuwresten maar het pad is daar goed beloopbaar. Voor het overige is het tot aan Rhumequelle (km 30) voornamelijk licht golvend akkerland waarover geasfalteerde wegen en paden gevolgd worden.
Dit jaar was de situatie op de Hellberg echter wat moeilijker door de vele omgewaaide bomen die over het pad lagen. Dat was een gevolg van de zware storm Frederike van 18 januari. In het laagland werden toen windstoten gemeten tot boven de 140 km/u, op de Brocken zelfs boven de 200 km/u! We moesten ons tussen de obstakels door een weg banen en dat had tot gevolg dat ik samen met een paar andere lopers verdwaald raakte. Door zo veel mogelijk een een oostelijke en afdalende richting aan te houden kwamen we na enige tijd zowaar weer op de met oranje pijltjes aangegeven route richting Rüdershausen uit.

Chaos op de Hellberg door de talloze omgewaaide bomen

Vanaf Rhumequelle begint het ‘Harzvorland’ met een aantal wat serieuzere heuvels. Hier is het vaak de kille wind die vanaf de besneeuwde Harz omlaag komt die het voor het gevoel onaangenaam maakt. De temperatuur, die bij de start om 06:00 enkele graden onder 0 lag, liep hier op tot net boven het vriespunt. Daar is niet goed op te kleden. Onder de wind- en waterdichte buitenste kledingslaag hoopt zich transpiratievocht op waardoor het hele lijf klam gaat aanvoelen. Maar zonder die buitenste laag is het ook weer de koud. Dus linksom of rechtsom wordt je nooit warm. De enige remedie is dan ook in beweging te blijven. Dat lukte die eerste 42 km trouwens wel, waardoor ik om 11:30 in Barbis arriveerde. Daar heb ik een droge onderlaag aangetrokken die ik in mijn rugzak had meegedragen. Ook het totaal nat geworden windjack heb ik verwisseld voor een ander. Want vanaf hier begint de ‘echte’ BC pas nu we de Hochharz gaan betreden. En dat zou ongetwijfeld betekenen dat ik stukken moest gaan wandelen, waardoor je sneller afkoelt.

Bij de ‘Wasserscheide’ (Steinaër Bach) , het begin van de klim naar de Hochharz (km 45)

De volgende 10 km gaan voortdurend omhoog, het Steinaër Tal volgend. Een mooi stuk van de route langs een snelstromend beekje. Van de hellingen komen kleine watervalletjes naar beneden waarin zich prachtige ijssculpturen hebben gevormd die een tinkelend geluid maken. Vanaf nu is er geen bebouwing meer en behalve een enkele verdwaalde wandelaar kom je geen mens meer tegen.

In het Steinaër Tal (km 50)

Kon ik hier in voorafgaande jaren nog in een dribbelpasje omhoog, dit keer heb ik het hele stuk moeten wandelen. De loopstokken hielpen daarbij wel om er nog enig tempo in te houden. Maar uiteindelijk was daar dan de Jagdkopf waar een geïmproviseerde verzorgingspost was ingericht. Toen ik daar hoorde dat er nog maar 7 lopers achter mij zaten zonk de moed me in de schoenen bij het vooruitzicht van nog 26 zware kilometers ploeteren door de sneeuw. Uitstappen (ja, serieus daar dacht ik aan) was op dit punt gelukkig onmogelijk, dus zat er niets anders op dan maar weer verder te gaan richting Lauschebuche.

Op de Jagdkopf (km 54, hoogte 635m)

Ik werd ingelopen door een klein groepje waarbij ik me wist aan te sluiten. Tijdens de nu volgende lichte afdaling begon ik me weer wat beter te voelen en zonder verdere problemen bereikte ik de post bij Lauschebuche (Braunlage). Een heerlijke post met koffie en hete soep. Ja, en dan, met nog ‘maar’ 18 km te gaan, aan de rand van het Nationalpark Hochharz, begint datgene voelbaar te worden wat ik de ‘aantrekkingskracht van de Brocken’ noem. ‘Wir würden es schaffen!’. De etappes worden korter en afwisselender. Je loopt langs loipen en komt veel afdalende langlaufers tegen. Er ontstaat een alpine sfeer en het sneeuwbedekte landschap is een plaatje. 6 km naar Königskrug, dan nog 4 naar Oderbrück en je staat aan de voet van de Brocken.

Langs de langlauf loipen tussen Königskrug en Oderbrück (km 70)

De resterende 8 km omhoog naar de top van de Brocken is een wandelfeestje. De avond valt en er komt een dichte mist opzetten. Het is geheimzinnig onder de dik besneeuwde sparren. Maar dan, op nog 4 km te gaan, gaat het bijna mis. Er volgt een zeer steile helling (30%) van een paar 100 meter (‘der Rampe’)  naar het talud van de Brocken-spoorbaan. Ineens gaat het niet meer. Bij elke stap ben ik buiten adem en voel ik misselijkheid opkomen. Op een gegeven moment moet ik zelfs in de sneeuw gaan zitten. Het is inmiddels bijna donker, er waait een koude wind en het sneeuwt. Ik voel een lichte paniek opkomen. Wat is er aan de hand? Ik weet het niet. Uitputting? Ik sta op en schuifel pasje voor pasje naar boven. Dan realiseer ik me dat het mijn maag is. Te weinig gegeten en te veel koud water uit mijn veldfles gedronken. Ik heb nog een energy bar bij me en probeer deze tegen heug en meug in naar binnen te werken. Dat valt niet mee, want hij is koud en hard geworden. Al kauwend, duizelig en misselijk kom ik boven. Nu volgt er nog een licht stijgende kleine 3 km langs de spoorbaan, die langs een spiraal naar boven gaat. Het gaat weer beter met me. Ik kom afdalende wandelaars tegen die me aanmoedigen en toejuichen. ‘Bravo!’, ‘Super!’. ‘Bald geschafft’. Daar is de Brocken Strasse. De laatste steile meters geven geen probleem. De mistige lucht kleurt rood en oranje. Dat zijn de lichten van het spoorwegstation. Linksaf. Ratels en kreten klinken op uit het duister. En dan doemen de contouren van het Brockenhotel op. En het finishdoek. ‘Ziel’!

Mijn 9e BC is een feit. En daarmee ook de 150e ultramarathon. En dat mag wel even gevierd worden met soep en worst in de warme Goethesaal.
En dan voor de tweede maal omkleden in droge kleding om vervolgens over de donkere Brocken Strasse de 10 km terug te lopen naar Schierke waar de bus naar Göttingen wacht. En ach, dat die bus dan vervolgens na een kwartier met panne langs de weg staat is natuurlijk een futiliteit na deze geslaagde loopdag. Met een vervangende bus werd ik vlak voor middernacht netjes voor mijn  hotel afgezet nadat de meeste andere passagiers bij het startpunt waren uitgestapt.

Zoals een van de deelnemers in zijn verslag terecht opmerkte: ‘Die Brocken-Challenge ist längst Kult’.

(Uit de doorkomsttijden blijkt dat ik op de Jagdkopf nog maar 6 (van de op dat moment 175) lopers achter mij had. Daar zat ik dus echt in de staart van het peloton. Uiteindelijk waren het er toch nog 26 die na mij finishten op de Brocken (172), waaruit blijkt dat ik in de laatste 30 km relatief gezien weer wat progressie heb gemaakt.)

10 februari 2018
Brocken Challenge
80km, 1900 phm
12u 29m
Plus 10km Brocken-Schierke
Overall 146/170
M60 4/10

Uitslagen
Fotoreportage Arne Bischoff

De Indian Summer Ultra – een modderig pareltje

Over de vlonderbrug bij Grolloo

Het wordt hoog tijd om een verslag te schrijven. Want de ervaring leert dat na drie dagen de glans van een loop alweer doffer wordt. Wat verdwijnt die euforie toch snel! Twee dagen in de hoogste sferen en dan begint het te verleppen. Zou het endorfine gehalte dan onder peil geraken? Ik denk het wel, want op de derde of vierde dag na een ultra begint de kater, meestal ingeluid door een onrustige nacht vol warrige dromen. Geest en lichaam ontwaken uit hun roes en blijken moeite te hebben om hun door de inspanning verstoorde balans te herstellen.

De (vaar?)route is aangegeven met rode linten…

Maar wat was het een mooie loop en wat was ik blij dat ik al van tevoren de 60 gekozen had. Zo liep ik in elk geval niet het risico op een DNF. Zestig kilometer is voor mij te overzien. Misschien steekt het schril af tegen de ‘hoofdafstand’ van 127 km, maar op die afstand finishte maar een handjevol lopers. Gemiddeld over alle afstanden (127, 102 en 60) lag het uitvalpercentage boven de 20%. Nee, die 102 had ik zeer waarschijnlijk ook niet gered.

Want wat was het parcours zwaar dit jaar! Alsof de overvloedige regenval van de natte maand september nog niet genoeg was viel het op de avond en in de vroege nacht vóór de loop met bakken uit de hemel. Met als gevolg een partij modder en een hoeveelheid plassen waar Olne-Spa-Olne zich niet voor zou schamen. Een valkuil waren de talloze boomwortels die verborgen lagen onder een mooi egaal dek van herfstbladeren. Ik heb één keer mijn enkel verzwikt, ben één keer bijna en één keer helemaal gestruikeld. Gelukkig bleef dat allemaal zonder gevolgen, met dank aan het zachte mos.

Een mooie afstand, die 60. Door het donker lopen geeft een kick, maar het bij daglicht kunnen bewonderen van de werkelijk fantastische landschappen zou ik niet hebben willen missen. Zelden zulke mooie bossen gezien. Al die kleuren, niet alleen in de bomen, maar ook op de bodem door de talloze paddenstoelen in alle soorten en maten. Langs wit fosforiserende paddenstoelen in donkere tunnels onder hoge sparren en over  lanen in goudgele omlijsting met een tapijt van mos in vijftig tinten groen. Smalle voetsporen door uitgestrekte heidevelden en doortochten door omgeploegde velden waar de aardappels nog voor het oprapen lagen. Plonzen door plassen en cirkelen rondom vennetjes. En al met al misschien tien meter asfalt.

En dan is 60 kilometer toch nog best een afstand. Na acht uur lopen mag die finish dan ook wel een keer in zicht komen. Kijk, nu heb ik hem gewoon lekker uit kunnen lopen met een kleine 8 km per uur gemiddeld. Zou nog eens 40 kilometer écht hebben bijgedragen aan een verhoging van dit genot?

Ik had de Garmin met de route bij me, maar dat was niet nodig. Zelden een zo goed met linten uitgezette route gelopen. Dat moet een megaklus zijn geweest voor Winfried Bats en de zijnen. Maar dat was niet het enige dat pico bello was aan deze professioneel opgezette loop. Een topper!

Indian Summer Ultra
60 km (269 phm)
21 oktober 2017
8:03:25 (7,48 km/u)
M: 32e van 44 finishers (52 starters)
Gelopen route

On a scale from 0 to 10 I give you a 5

Passage van de getijstrook bij Lindisfarne

St. Cuthberts Way is een lange afstands wandelroute van Melrose in het district ‘The Scottish Borders’ naar het ‘heilige eiland’ Lindisfarne aan de Engelse kust. Hij is genoemd naar de gelijknamige heilige die in Melrose leefde en als pelgrim naar Lindisfarne trok waar hij zijn laatste rustplaats vond. Zulke routes, die van goede routemarkeringen zijn voorzien, lenen zich uitstekend voor het uitzetten van een ultraloop. De St. Cuthberts Way ultra volgt dit ruim 100 km lange pad in omgekeerde richting. Wat Schotten en Engelsen ‘goed bewandelbare paden’ noemen zijn echter geen gemakkelijke schelpenpaden maar regelrechte trails zoals je die in zelfs de ruigste delen van Nederland niet tegenkomt. Grote delen van het traject waren overwoekerd met hoog opgeschoten onkruid, vaak voorzien van gemeen prikkende uitsteeksels. Het was ‘zwemmen door het groen’ en dat schiet niet erg op natuurlijk. Ondanks dat het midden in de zomer was waren de landerijen die we moesten oversteken tamelijk moerassig en werden we daar ook nog eens belaagd door loslopende stieren en reusachtige Black Angus koeien die hun kalveren beschermden. De waarschuwingsborden hingen er niet voor niets. Vlak was het ook niet. Met name de beklimming van ‘Wideopen Hill’ mocht er wezen, maar de beloning is het formidabele uitzicht. En dan heb je nog de tientallen hekjes en poortjes met telkens weer een verrassende manier van openen en sluiten met haakjes, kettingen en hendels. En tientallen houten trappetjes over de overal aanwezige stenen muurtjes. Door al deze hindernissen was het lopen veel zwaarder dan ik had verwacht en bleek de 100 km uiteindelijk een onhaalbare kaart te zijn. Bij het gehucht Bonjedward volgde de onvermijdelijke tijdsoverschrijding en dus een ‘cut-off’. Maar na 80 kilometer in bruto 14 en een half uur had ik daar wel vrede mee. Omdat ik de afstand van 4 km tussen mijn verblijfplaats in Galashiels en de startlocatie ook heen en terug hardgelopen heb was het dagtotaal 88 km. De volgende ochtend heb ik nog een uur of 4 in de omgeving van Melrose gewandeld dus al met al heb ik die 100 km toch wel gelopen.

Het had trouwens weinig gescheeld of het was veel minder geweest. Na een kilometer of 40 moest ik namelijk de bosjes in voor een sanitaire stop. Toen ik daar weer uit kwam was ik even de richting kwijt. Door mijn Garmin werd ik echter al snel gewaarschuwd en kon ik weer op de juiste route komen. Een loopster achter mij had dat echter gezien en bij de eerstvolgende checkpost aan een marshall gerapporteerd dat zij een ‘gedesoriënteerde loper’ had gezien met rugnummer 6. Toen ik daar even later zelf arriveerde en in het gras in de schaduw ging zitten om wat te eten en te drinken kwam er iemand op me af die me recht in de ogen keek en vroeg ‘Do you really want to continue? It’s your choice, but on a scale from 0 to 10 I give you a 5′. OK, ik had wat last van de warmte op dat moment maar voelde me verder prima en zei dat ook. Gelukkig gaf die marshall me het voordeel van de twijfel en mocht ik verder. Als hij ‘nee’ had gezegd dan was het daar afgelopen geweest. Verderop kwam ik diezelfde loopster weer tegen en opnieuw vroeg ze ‘are you feeling well?’, waarop ik geïrriteerd reageerde  met ‘Yes I am fine, but why do you keep asking?’ Daarna heb ik gelukkig geen last meer gehad van die ongetwijfeld goed bedoelende maar overbezorgde dame.

On the Border

Ik heb genoten van deze schitterende en afwisselende route. Als je graag lange afstanden in de natuur loopt dan kun je alleen maar jaloers zijn op degenen die aan de overkant van de Noordzee wonen. Hoewel ook zij natuurlijk soms een flinke rit moeten maken om de vaak afgelegen startlocaties te bereiken. Het weer was echt on -Engels (of on-Schots zo je wilt). De hele dag vrijwel onbewolkt. Af en toe zelfs wat te warm, wat het extra zwaar maakte. De zonsondergang was prachtig, temeer daar op datzelfde moment een grote en mysterieuze volle maan boven de met gouden graan beklede heuvels verscheen. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen. De foto’s spreken voor zich dus ik hoef hier geen uitgebreide landschapsbeschrijving te geven. Google maar op ‘St. Cuthberts Way’ en je krijgt alle info die je wilt. Het enige dat ik daaraan wil toevoegen is dat ik zo diep onder de indruk ben dat de kater van een DNF daardoor volkomen wordt uitgewist. Ja, die 60 foto’s hebben me natuurlijk ook tijd gekost en die kop koffie daar in die pub in Town Yetholm na 55 km heb ik me ook goed laten smaken…

Op Wideopen Hill

De organisatoren bleken ondanks de nogal merkwaardige naam ‘The Trail Outlaws’ die ze zich hebben toegemeten aardige mensen te zijn die een mooi evenement hebben neergezet. De bevoorrading was veel uitgebreider dan ik van veel Engelse (Schotse) ultra’s gewend ben. De enkele keer dat we een drukke weg moesten oversteken werden we geassisteerd door verkeersregelaars. Na afloop was er heerlijke soep en pizza en tot mijn verrassing mocht ik ook nog een mooie medaille mee naar huis nemen. Niet van de 100 km natuurlijk maar van de 72 km (45 mijl) route die ook gelopen werd.

Toch moet ik onder ogen zien dat ik zo langzamerhand zal moeten gaan kiezen voor wat kortere afstanden. Mijn tempo is gewoon te laag geworden. Zo tussen de marathon en 70 kilometer is op dit soort terrein meer dan genoeg. Zeker in combinatie met de inspanning van het reizen en alle noodzakelijke voorbereidingen op de voorafgaande dag.

Prestatie of niet? Hardlopen of wandelen? Ultra of hike?
In mijn beleving was het dat allemaal, maar daar bovenuit vooral een pelgrimstocht met als bestemming: mijzelf.

8 juli 2017
St. Cuthberts Way Ultra
80 km
1505 phm
14u41m bruto
Doorkomsten:
A1: 01:08:22
Wooler: 04:12:34
Hethpool: 07:23:29
Morebattle: 11:08:13
Bonjedward: 14:40:55
Route
Foto album

Brocken Challenge 2017

‘Bist du der André?’ Toen die vraag me ergens in de besneeuwde bossen van de Harz door een andere deelnemer aan de Brocken Challenge werd gesteld drong het tot me door dat ik na acht deelnames zo langzamerhand tot de vaste inventaris van deze loop begin te behoren. Kennelijk denkt de organisatie daar ook zo over, want de verwelkoming bij de briefing op de avond voor ‘Race Day’ was zoals altijd weer hartelijk en persoonlijk.
Continue reading “Brocken Challenge 2017”