15e editie Brocken Challenge = 150e ultramarathon

De 15e editie van de Brocken Challenge was mijn 150e gelopen ultramarathon. Het ging niet vanzelf, maar met de 12u 29m was ik dik tevreden, temeer daar het er even naar uitzag dat ik de finish helemaal niet eens zou gaan halen.

Karakteristiek beeld van het eerste deel van de route. Tussen Landolfshausen en Seulinger Warte (km 12)

De Brocken Challenge (BC) bestaat grofweg uit twee gedeelten. De eerste 42 km van Göttingen naar Barbis heeft het parcours het karakter van een niet al te zware landschapsloop. Alleen de passage over de Hellberg op circa 23 km ‘ist ein bisschen trailig’. De eerste 5 km gaan door het Göttinger Wald omhoog. Hier lagen wat sneeuwresten maar het pad is daar goed beloopbaar. Voor het overige is het tot aan Rhumequelle (km 30) voornamelijk licht golvend akkerland waarover geasfalteerde wegen en paden gevolgd worden.
Dit jaar was de situatie op de Hellberg echter wat moeilijker door de vele omgewaaide bomen die over het pad lagen. Dat was een gevolg van de zware storm Frederike van 18 januari. In het laagland werden toen windstoten gemeten tot boven de 140 km/u, op de Brocken zelfs boven de 200 km/u! We moesten ons tussen de obstakels door een weg banen en dat had tot gevolg dat ik samen met een paar andere lopers verdwaald raakte. Door zo veel mogelijk een een oostelijke en afdalende richting aan te houden kwamen we na enige tijd zowaar weer op de met oranje pijltjes aangegeven route richting Rüdershausen uit.

Chaos op de Hellberg door de talloze omgewaaide bomen

Vanaf Rhumequelle begint het ‘Harzvorland’ met een aantal wat serieuzere heuvels. Hier is het vaak de kille wind die vanaf de besneeuwde Harz omlaag komt die het voor het gevoel onaangenaam maakt. De temperatuur, die bij de start om 06:00 enkele graden onder 0 lag, liep hier op tot net boven het vriespunt. Daar is niet goed op te kleden. Onder de wind- en waterdichte buitenste kledingslaag hoopt zich transpiratievocht op waardoor het hele lijf klam gaat aanvoelen. Maar zonder die buitenste laag is het ook weer de koud. Dus linksom of rechtsom wordt je nooit warm. De enige remedie is dan ook in beweging te blijven. Dat lukte die eerste 42 km trouwens wel, waardoor ik om 11:30 in Barbis arriveerde. Daar heb ik een droge onderlaag aangetrokken die ik in mijn rugzak had meegedragen. Ook het totaal nat geworden windjack heb ik verwisseld voor een ander. Want vanaf hier begint de ‘echte’ BC pas nu we de Hochharz gaan betreden. En dat zou ongetwijfeld betekenen dat ik stukken moest gaan wandelen, waardoor je sneller afkoelt.

Bij de ‘Wasserscheide’ (Steinaër Bach) , het begin van de klim naar de Hochharz (km 45)

De volgende 10 km gaan voortdurend omhoog, het Steinaër Tal volgend. Een mooi stuk van de route langs een snelstromend beekje. Van de hellingen komen kleine watervalletjes naar beneden waarin zich prachtige ijssculpturen hebben gevormd die een tinkelend geluid maken. Vanaf nu is er geen bebouwing meer en behalve een enkele verdwaalde wandelaar kom je geen mens meer tegen.

In het Steinaër Tal (km 50)

Kon ik hier in voorafgaande jaren nog in een dribbelpasje omhoog, dit keer heb ik het hele stuk moeten wandelen. De loopstokken hielpen daarbij wel om er nog enig tempo in te houden. Maar uiteindelijk was daar dan de Jagdkopf waar een geïmproviseerde verzorgingspost was ingericht. Toen ik daar hoorde dat er nog maar 7 lopers achter mij zaten zonk de moed me in de schoenen bij het vooruitzicht van nog 26 zware kilometers ploeteren door de sneeuw. Uitstappen (ja, serieus daar dacht ik aan) was op dit punt gelukkig onmogelijk, dus zat er niets anders op dan maar weer verder te gaan richting Lauschebuche.

Op de Jagdkopf (km 54, hoogte 635m)

Ik werd ingelopen door een klein groepje waarbij ik me wist aan te sluiten. Tijdens de nu volgende lichte afdaling begon ik me weer wat beter te voelen en zonder verdere problemen bereikte ik de post bij Lauschebuche (Braunlage). Een heerlijke post met koffie en hete soep. Ja, en dan, met nog ‘maar’ 18 km te gaan, aan de rand van het Nationalpark Hochharz, begint datgene voelbaar te worden wat ik de ‘aantrekkingskracht van de Brocken’ noem. ‘Wir würden es schaffen!’. De etappes worden korter en afwisselender. Je loopt langs loipen en komt veel afdalende langlaufers tegen. Er ontstaat een alpine sfeer en het sneeuwbedekte landschap is een plaatje. 6 km naar Königskrug, dan nog 4 naar Oderbrück en je staat aan de voet van de Brocken.

Langs de langlauf loipen tussen Königskrug en Oderbrück (km 70)

De resterende 8 km omhoog naar de top van de Brocken is een wandelfeestje. De avond valt en er komt een dichte mist opzetten. Het is geheimzinnig onder de dik besneeuwde sparren. Maar dan, op nog 4 km te gaan, gaat het bijna mis. Er volgt een zeer steile helling (30%) van een paar 100 meter (‘der Rampe’)  naar het talud van de Brocken-spoorbaan. Ineens gaat het niet meer. Bij elke stap ben ik buiten adem en voel ik misselijkheid opkomen. Op een gegeven moment moet ik zelfs in de sneeuw gaan zitten. Het is inmiddels bijna donker, er waait een koude wind en het sneeuwt. Ik voel een lichte paniek opkomen. Wat is er aan de hand? Ik weet het niet. Uitputting? Ik sta op en schuifel pasje voor pasje naar boven. Dan realiseer ik me dat het mijn maag is. Te weinig gegeten en te veel koud water uit mijn veldfles gedronken. Ik heb nog een energy bar bij me en probeer deze tegen heug en meug in naar binnen te werken. Dat valt niet mee, want hij is koud en hard geworden. Al kauwend, duizelig en misselijk kom ik boven. Nu volgt er nog een licht stijgende kleine 3 km langs de spoorbaan, die langs een spiraal naar boven gaat. Het gaat weer beter met me. Ik kom afdalende wandelaars tegen die me aanmoedigen en toejuichen. ‘Bravo!’, ‘Super!’. ‘Bald geschafft’. Daar is de Brocken Strasse. De laatste steile meters geven geen probleem. De mistige lucht kleurt rood en oranje. Dat zijn de lichten van het spoorwegstation. Linksaf. Ratels en kreten klinken op uit het duister. En dan doemen de contouren van het Brockenhotel op. En het finishdoek. ‘Ziel’!

Mijn 9e BC is een feit. En daarmee ook de 150e ultramarathon. En dat mag wel even gevierd worden met soep en worst in de warme Goethesaal.
En dan voor de tweede maal omkleden in droge kleding om vervolgens over de donkere Brocken Strasse de 10 km terug te lopen naar Schierke waar de bus naar Göttingen wacht. En ach, dat die bus dan vervolgens na een kwartier met panne langs de weg staat is natuurlijk een futiliteit na deze geslaagde loopdag. Met een vervangende bus werd ik vlak voor middernacht netjes voor mijn  hotel afgezet nadat de meeste andere passagiers bij het startpunt waren uitgestapt.

Zoals een van de deelnemers in zijn verslag terecht opmerkte: ‘Die Brocken-Challenge ist längst Kult’.

(Uit de doorkomsttijden blijkt dat ik op de Jagdkopf nog maar 6 (van de op dat moment 175) lopers achter mij had. Daar zat ik dus echt in de staart van het peloton. Uiteindelijk waren het er toch nog 26 die na mij finishten op de Brocken (172), waaruit blijkt dat ik in de laatste 30 km relatief gezien weer wat progressie heb gemaakt.)

10 februari 2018
Brocken Challenge
80km, 1900 phm
12u 29m
10km Brocken-Schierke
Uitslagen
Fotoreportage Arne Bischoff

Auchhh…

De start, gezien vanuit een drone

Daar lag ik dan voor de tweede keer binnen een uur plat in het duinzand. Ik was er klaar mee. Ik had zelfs geen zin meer om op te staan. Lag eigenlijk wel lekker zo. ‘Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig? Waarom lig ik hier op een zondagochtend op mijn buik in de miezerige en grijze Voornse duinen?’. En dit was nog niet eens de zwaarste val van vandaag. Bij Hellevoetsluis zag ik door mijn totaal bemotregende brillenglazen die uit het zand omhoogstekende klomp cement totaal over het hoofd zodat ik plat voorover sloeg. Zo onverwacht dat de arm die ik impulsief uitstrekte om mijn val te breken niet verder kwam dan borsthoogte. Mijn rechter vuist werd geplet onder mijn ribben en auchhh… ik wist het meteen: gekneusde rib. Dat wordt weer 8 weken pijn bij het lopen. Lopen??? Ik moest nog 20 kilometer. Aanvankelijk viel het met de pijn nog wel mee, maar gaandeweg werd het erger. Die tweede val (gelukkig op mijn andere zijde) maakte het er niet beter op. Ik was het zat. Ik durfde niet meer. Dat vallen begint echt een trauma te worden. Gevallen tijdens de Indian Summer (lekker zacht in het mos, dat wel), gevallen in de Wooler Trail (twee maal op mijn rug voor de afwisseling). Het heeft me onzeker gemaakt en daarom heb ik even helemaal geen zin meer in trails.

Tom, John, André (toen nog in goeden doen)

Gelukkig staan die tot februari niet meer op het programma, want dan hoop ik mijn 9e Brocken Challenge te kunnen lopen. Toch maar een beetje oppassen met de komende trainingsloopjes in de duinen. Want daar heb ik mijn tot nu toe hardste smakken gemaakt: de verzwikte enkel bij het afdalen van de Brederodeberg en de gekneusde rib van twee jaar geleden, die heftiger was dan deze keer.

Die Voorne’s Duintrail heb ik nog wel uitgelopen, maar van het aanvankelijke redelijke tempo was niet veel meer over. De motivatie was weg, ondanks dat het een mooie, uitdagende en goed verzorgde loop was. Ik voelde me echt een kneusje…

Uitzicht richting zee vanaf westoever Oostvoornse meer, lopend richting Slufter (km 40)

Voorne’s Duintrail
3 december 2017

44 km
5:28:52
M 51e van 61 finishers
Route

Wooler Trail Marathon

Op deze plaats zou ik graag een verslag willen schrijven van mijn ervaringen bij de Wooler Trail Marathon in de Cheviot Hills. Maar een droge opsomming van feiten zou volstrekt voorbij gaan aan de werkelijke beleving. Natuurlijk ben ik trots dat ik, na de DNF tijdens de St. Cuthberts Way Ultra, eerder dit jaar in dezelfde regio, er nu wel in geslaagd ben om de cut-offs vóór te blijven. Maar de realiteit is dat dit slechts op het nippertje gelukt is. Sterker nog, als de marshall op de één na laatste post mijn 10 minuten tijdsoverschrijding aldaar niet door de vingers had gezien, dan zou een eindnotering mij wederom ontgaan zijn. Maar goed, ik mocht ondanks de invallende duisternis doorgaan en slaagde er uiteindelijk toch nog in om een half uur vóór de limiet van negen en een half uur te finishen.

Jazeker, negen uur voor een afstand van een dikke 45 kilometer! Maar we hebben het hier over een trail in Engeland en daar heb je wildernissen die we in Nederland niet kennen. Met halverwege de beklimming van de Cheviott (815 m) en The Schil (605 meter). Het was bovenop de Moors vriezend weer waardoor de normaal gesproken modderige passages over de heide nu bevroren waren tot harde onregelmatige oppervlaktes, bedekt met een laagje vertrapt ijs. Pas later op de dag begon dit wat weg te dooien en konden we alsnog lekker wegzakken in de prut. Het verraderlijkst waren echter de met kort gras, stenen en mos bedekte afdalingen die spekglad bleken te zijn door bevroren rijp. Het profiel van de trailschoenen had daar totaal geen grip op omdat zich tussen de noppen daarvan een ijslaagje opgebouwd had. Dat resulteerde in talloze uitglijders en valpartijen. Zelf kwam ik daarbij steeds goed terecht omdat mijn rugzak als airbag werkte, maar er zijn diverse deelnemers uitgevallen door blessures. Gevolg is dat je steeds voorzichtiger en dus langzamer wordt.

Maar het ging mij niet om een prestatie of een klassering. De beleving stond voorop en ik schroomde er niet voor om goed om mij heen te kijken en een groot aantal foto’s (ruim 60) te maken onderweg. Natuurlijk moest er ook gerend worden en met name in de tweede helft van het parcours was dat goed mogelijk. Geen droge loopfeiten dus in dit verslag, maar anderzijds vind ik het ook moeilijk om woorden te vinden die uitdrukking kunnen geven aan wat ik eigenlijk een mystieke ervaring zou willen noemen. Voor een deel zal die ervaring wel het gevolg zijn van de natuurlijke drugs die het lichaam gedurende zo’n inspanning aanmaakt. Voor een ander deel heeft het echter te maken met wat een soort versmelting met de natuur is. De beelden, de geluiden, het evenwicht zoekende lichaam, de cadans van het lopen, de luchtstroom, de geuren en de temperatuurbeleving: het vloeit allemaal samen tot één gedachtenloos bewustzijn, een tijdloze  trance-toestand waarin de zintuigen volledig open staan zonder dat de binnenstromende indrukken overdacht worden. Het is een volledig leven in en mét de natuur, een dierlijk-instinctieve maar toch ook bewonderende en zich verbazende aandacht. Hoe indrukwekkend is dan het vallen van de nacht over de onafzienbare Moors met om je heen de vreemde, als lachende en spottende kinderstemmetjes klinkende keelgeluiden van de ‘grouses’. Een duisternis die pas verbroken wordt als de lichtjes van Wooler bij het naderen van de finish vanuit het dal beginnen op te gloeien.

Het koude en winderige plateau van The Cheviot deed mij sterk aan dat van de Brocken denken. Ik kan me voorstellen dat het daar flink kan spoken. Wij hadden geluk met een onbewolkte hemel, want de volgende dag regende het pijpenstelen. Nu waren de uitzichten fenomenaal; we konden zelfs in de verte als een wazige blauwe band de Noordzee zien liggen, voorafgegaan door rij op rij van steeds verder opklimmende heuvels, maar geen enkele hoger dan die waar wij op stonden. The Cheviot is een vreemd gevormde bolvormige heuvel met een afgeplatte bovenkant die erg moerassig is. Daaroverheen was met natuurstenen platen een goed beloopbaar (maar hier en daar wel glad!) pad aangelegd dat deel uitmaakt van de Pennine Way. Het beklimmen van The Cheviot is pittig, maar goed te doen en niet erg technisch.
De terugweg naar Wooler volgde de St. Cuthbert’s Way die ik me deels nog herinnerde van de ultra in juni.

De organisatie, met de nogal vreemde naam ‘Trail Outlaws’ en die de slogan ‘Running dead or alive!’ hanteert, bestaat niet uit bandieten maar uit heel vriendelijke en zeer professionele en enthousiaste mensen die een prachtige trail hebben weten te organiseren die dit jaar voor de tweede keer gelopen werd. Prima gemarkeerd en met een goede begeleiding en voorzieningen. Er waren ongeveer 250 starters waarvan er een stuk of 15 zijn uitgevallen als gevolg van blessures of het niet halen van een cut-off tijd.

Al met al een aanrader deze loop!

Fotoalbum

Route

Wooler Trail Marathon
19 nov 2017
9:02:44
7e M60

De Indian Summer Ultra – een modderig pareltje

Over de vlonderbrug bij Grolloo

Het wordt hoog tijd om een verslag te schrijven. Want de ervaring leert dat na drie dagen de glans van een loop alweer doffer wordt. Wat verdwijnt die euforie toch snel! Twee dagen in de hoogste sferen en dan begint het te verleppen. Zou het endorfine gehalte dan onder peil geraken? Ik denk het wel, want op de derde of vierde dag na een ultra begint de kater, meestal ingeluid door een onrustige nacht vol warrige dromen. Geest en lichaam ontwaken uit hun roes en blijken moeite te hebben om hun door de inspanning verstoorde balans te herstellen.

De (vaar?)route is aangegeven met rode linten…

Maar wat was het een mooie loop en wat was ik blij dat ik al van tevoren de 60 gekozen had. Zo liep ik in elk geval niet het risico op een DNF. Zestig kilometer is voor mij te overzien. Misschien steekt het schril af tegen de ‘hoofdafstand’ van 127 km, maar op die afstand finishte maar een handjevol lopers. Gemiddeld over alle afstanden (127, 102 en 60) lag het uitvalpercentage boven de 20%. Nee, die 102 had ik zeer waarschijnlijk ook niet gered.

Want wat was het parcours zwaar dit jaar! Alsof de overvloedige regenval van de natte maand september nog niet genoeg was viel het op de avond en in de vroege nacht vóór de loop met bakken uit de hemel. Met als gevolg een partij modder en een hoeveelheid plassen waar Olne-Spa-Olne zich niet voor zou schamen. Een valkuil waren de talloze boomwortels die verborgen lagen onder een mooi egaal dek van herfstbladeren. Ik heb één keer mijn enkel verzwikt, ben één keer bijna en één keer helemaal gestruikeld. Gelukkig bleef dat allemaal zonder gevolgen, met dank aan het zachte mos.

Een mooie afstand, die 60. Door het donker lopen geeft een kick, maar het bij daglicht kunnen bewonderen van de werkelijk fantastische landschappen zou ik niet hebben willen missen. Zelden zulke mooie bossen gezien. Al die kleuren, niet alleen in de bomen, maar ook op de bodem door de talloze paddenstoelen in alle soorten en maten. Langs wit fosforiserende paddenstoelen in donkere tunnels onder hoge sparren en over  lanen in goudgele omlijsting met een tapijt van mos in vijftig tinten groen. Smalle voetsporen door uitgestrekte heidevelden en doortochten door omgeploegde velden waar de aardappels nog voor het oprapen lagen. Plonzen door plassen en cirkelen rondom vennetjes. En al met al misschien tien meter asfalt.

En dan is 60 kilometer toch nog best een afstand. Na acht uur lopen mag die finish dan ook wel een keer in zicht komen. Kijk, nu heb ik hem gewoon lekker uit kunnen lopen met een kleine 8 km per uur gemiddeld. Zou nog eens 40 kilometer écht hebben bijgedragen aan een verhoging van dit genot?

Ik had de Garmin met de route bij me, maar dat was niet nodig. Zelden een zo goed met linten uitgezette route gelopen. Dat moet een megaklus zijn geweest voor Winfried Bats en de zijnen. Maar dat was niet het enige dat pico bello was aan deze professioneel opgezette loop. Een topper!

Indian Summer Ultra
60 km (269 phm)
21 oktober 2017
8:03:25 (7,48 km/u)
M: 32e van 44 finishers (52 starters)
Gelopen route

Pijnenburg Bosmarathon

Bij de start

Voor de derde keer (na eerder in 2010 en 2015) heb ik meegedaan aan deze leuke marathon door het ‘landgoed Pijnenburg’. Op een stuk betonnen fietspad na is het een echte trailloop, zeker na de overvloedige regenval van de afgelopen weken. Veel modder dus met bij elke plas weer een andere methode om er met zo droog mogelijke voeten omheen te navigeren. Wat natuurlijk niet altijd lukte. Geen gemakkelijk parcours, met veel boomwortels, bochten en een paar leuke duintjes die allemaal vier keer genomen moesten worden. Diverse afstanden, waarbij de marathon met 23 solisten bepaald kleinschalig te noemen was. Ik kan mij herinneren dat dat er bij mijn vorige deelnames meer waren (inderdaad, uit de uitslagen blijkt dat toen het dubbele aantal de marathon liep). De sfeer was prima en alles was op en top geregeld. Twee verzorgingsposten en diverse ATB-ers en marshalls langs de route. In de heuvelsectie was er zelfs iemand bij één van de afdalingen geposteerd om te waarschuwen voor de oneffenheid die daar in zat.
Maar het werkelijke visitekaartje van deze marathon zijn het herfstige loof- en naaldbos met zijn slingerende paden en paadjes, afgewisseld door meer open stukken die begroeid zijn met uitgebloeide heide. Een aarzelend zonnetje zette al dit schoons nog eens extra aan.

In de 4e ronde, midden tussen de zojuist gestarte 10 km lopers

En het lopen? Ach, dat ging eigenlijk best. Het was een test voor de lange ultra in Drenthe over twee weken. Naar mijn gevoel heb ik behoorlijk regelmatig mijn rondjes gelopen, misschien zelfs wel met een ‘negative split’ (de rondetijden zijn nog niet bekend). Ik kon mijn energie goed verdelen, heb geen inzinkingen gehad en kwam nog fris over de finish. Alleen de snelheid bleef, hoe ik ook mijn best deed, aan de lage kant. Ik denk dat dat op die 100 km wel eens hét probleem kan gaan worden. Ook het herstellen is moeilijker dan vroeger. Het kost me nu een volle week om het gevoel van vermoeidheid en loomheid kwijt te raken.

8 oktober 2017
42 km
4:19:48
9,74 km/u
M: 13e van 18
M60: 2e van 3
Overall: 14e van 21

IJmuiden Kust Trail

Nou dacht ik toch echt dat ik alle paden en paadjes in de duinen tussen Haarlem en IJmuiden inmiddels wel op mijn duimpje kende. Tijdens de IJmuiden Kust Trail van Mudsweattrails bleek dat aardig te kloppen voor het gebied ten zuiden van de Herenduinweg. Maar ten noorden daarvan kwam ik toch op een aantal mij nog geheel onbekende doorsteekjes terecht. Die vormden samen het meest ‘trailige’ gedeelte van het parcours: felle klimmetjes en afdalingen over smalle paadjes van mul zand die kriskras tussen de doornige begroeiing heen kronkelden. Uiteindelijk kwamen die uit bij de ‘Marine flak batterij Olmen’, een bunker van de Atlantikwall. Daar moesten we dus doorheen via een aardedonkere lage passage waarin hier en daar led-lampjes waren neergelegd. Spectaculair, dat wel, ware het niet dat ik ondanks de waarschuwingen van de organisatie tijdens de tweede passage mijn hoofd flink aan het lage betonnen plafond stootte. De buil zit er een dag later nog steeds.

In de bunker

Twee rondes dus door het noordelijke deel van het Nationaal Park Zuid Kennemerland, beide linksom. De start was bij paviljoen Nova Zembla, een buitenactiviteitencentrum in IJmuiden aan Zee. De eerste, die als zuidelijkste punt de Oosterplas had, van ongeveer 25 kilometer, de tweede een kleine 14 kilometer.
Het was de eerste editie van deze trail, en die mocht ik natuurlijk niet missen zo in mijn ‘eigen’ trainingsgebied. Best wel een bijzondere ervaring om in dat vertrouwde terrein ineens een wedstrijd te lopen. In de eerste ronde waren de Starreberg en de Brederodeberg, het ‘hoogste punt van Kennemerland, opgenomen; de tweede ronde was wat vlakker. Maar in beide ronden zat het venijn dus in de staart, die begon met een (mij tot dan toe onbekend) heel gemeen duin langs de Herenduinweg. Samen vormden deze ronden een behoorlijk pittige en af en toe verrassende trail die iets korter was dan de organisatie aangekondigd had maar alles bezat wat een goede trail nodig heeft. En dat zo vlak bij huis. In elke ronde was een goed uitgeruste verzorgingspost opgenomen, dus wat dat betreft ook geen klagen. De uitpijling was eveneens prima verzorgd alsmede de verkeersregeling bij het oversteken van de Herenduinweg.
Het enige wat ik een beetje miste ware de hoge duinen in het zuidelijke deel van het NPZK, de Konijnenberg, Lichtbakkeet en vooral de Hazenberg. Maar om die in het parcours op te nemen zou één lange lus nodig geweest zijn waarvoor de organisatie waarschijnlijk om logistieke redenen niet heeft gekozen.

38 km 448 phm
4:36:53 (8,20 km/u)
M 35 van 42 (overall 41 van 49)
Route

Met deze trail is de jaarteller voor 2017 boven de 3000 kilometer uit gekomen, nog net binnen het derde kwartaal!

Monnikentocht

Het klooster van Ter Apel

In 2011 en 2009 heb ik de Monnikentocht ook al eens gelopen. Een leuke landschapsloop door de Westerwolde. Dat is de naam voor de ZO-punt (!) van de provincie Groningen. Mooie natuur, bossen, kanaaltjes en landerijen. Het doet meer aan Drenthe dan aan Groningen denken en volgens der Groningers is het zelfs mooier dan Drenthe. In elk geval is de rust er nog tastbaarder dan in Drenthe.

De Monnikentocht is wat je zou kunnen noemen een ‘comfortabele’ loop. Een goed uitgeruste startlocatie (restaurant bij de abdij van Ter Apel), een leuke finish in het historische hart van Bourtange, vervoer per golfkarretje naar de nabijgelegen camping met douches en een zitje aan de vijver, busvervoer terug naar Ter Apel. Daar tussenin een afwisselende en goed beloopbare route met om de 5 kilometer een uitgebreide verzorgingspost. Kortom, de verwende ultraloper wordt op zijn wenken bediend en dat is een van de redenen dat er elk jaar weer recidivisten aanwezig zijn vanuit het hele land. Ondanks dat is het geen massaal gebeuren doordat de kortere afstanden ergens anders starten (Sellingen). Er deden ook wandelaars mee, maar die waren al eerder gestart.

Dit jaar heb ik voor de 43 km gekozen. Vanwege mijn wat langzamere loopsnelheid kwam dat beter uit, want dan kon ik min of meer tegelijk finishen met mijn loopmaat Tom van de Veldt, die de 51 km liep. Ondanks dat kwam hij me vlak voor Bourtange nog voorbij en finishte als eerste overall! Wat zo’n Spartathlon-training als niet met iemand doet! Onderweg sprak ik nog Jacolien Schreuder uit Haarlem die ook een goede 51 km liep.

Op sommige stukken was het nogal warm, maar verder hadden we niets te klagen over de omstandigheden: een flauw windje, droog en een zonnetje dat een beetje werd afgeschermd door sluierbewolking. Naar mijn gevoel heb ik redelijk gelopen, met aan het eind een paar kleine (enkele minuutjes) wandelmomentjes terwijl ik wat aan het eten was. Alleen de linker voet deed pijn omdat de Hallux Valgus (scheefstaande grote teen) weer aan het opspelen is. Op de terugreis in de auto met Tom leidde dat tot interessante discussies over wat langdurig ultralopen in goede en verkeerde zin met je psyche en je lijf doet. Onze conclusie was dat het moeilijk is om tot een eenduidige conclusie te komen. Dus moeten we onszelf maar als testcases opwerpen en nog een tijdje doorlopen. We shall see.

Finish in Bourtange

Monnikentocht Ter Apel
26 augustus 2017
43 km
4u27m

Leiden marathon

Ik zal heel wat jaren in de tijd terug moeten gaan om bij een stadsmarathon uit te komen. 2008, Amsterdam. In 2009 liep ik nog enkele 100% asfalt-marathons (Gilze, Athena). Sindsdien waren er nog wel een paar ultra’s op asfalt, zoals de Rondjes Amsterdam en Haarlem. Maar het accent is toch vooral op het traillopen komen te liggen, op een natuurlijke ondergrond. Dus toch wel een bijzondere ontwikkeling dat ik ineens weer geïnteresseerd ben in snelheid. Misschien om te bewijzen dat ik het tempolopen nog niet helemaal verleerd ben.

Dit was de tweede keer dat ik de hele afstand in Leiden liep. De vorige keer was in juni 2007 (!). Het is me prima bevallen. Hoewel start en finish in het oude stadscentrum waren voerde het parcours grotendeels door het mooie Groene Hart. En passant leuke dorpjes, zoals Hazerswoude, Hoogmade, Roelofsarendsveen en Oud Ade. Overal was het feest, orkestjes, klederdrachten, vlaggen en wimpels alom. Het deed denken aan de Dam tot Damloop, met dat verschil dat  het op sommige stukken juist heel rustig was en de fraaie mei-natuur het alleen voor het zeggen had.

Leiden is met een dikke 700 deelnemers geen grote marathon, maar kan wel bogen op een rijke traditie, een perfecte organisatie en een warme en enthousiaste entourage. De start is massaal, omdat de bijna 2500 halve-marathonlopers tegelijk met de marathon starten. Maar dat werd allemaal in goede banen geleid door middel van startvakken. Het Wilhelmus, gezongen vanaf het bordes van het stadhuis, gaf een plechtig en enigszins theatraal tintje aan de start. Met een tijd van 3u53min heb ik er meer uitgehaald dan ik verwacht had. Ja hoor, ik kan het nog steeds. Bijzonder was het moment, zo rond de 30 kilometer, dat ik op vetverbranding overschakelde. Terwijl nogal wat lopers om mij heen de man met de hamer tegenkwamen voelde ik een nieuwe energiebron, alsof er een grote kaars in mijn binnenste was aangestoken. Dat resulteerde in een waarachtig runners high, hoewel het beruchte interval tussen de 34 en de 39 kilometer toch wel even doorbijten was, met name vanwege de oplopende temperaturen in de felle zon boven het warme asfalt. Het werd als gevolg daarvan geen ‘negative split’, maar het verval bleef beperkt tot minder dan 2 minuten. Voldoende vlak dus.

Nou, je hoort het al, ik heb de smaak weer te pakken. Maar dat betekent nog niet dat ik weer fanatiek snelheidstrainingen op de baan zal gaan doen. Trouwens, over de baan gesproken, ik denk er serieus over om half juni weer de 9-uurs van Den Haag te gaan doen…

Leiden Marathon
21 mei 2017
3:53:01
10,86 km/u
Overall 269 van 733
Male 250 van 605
M60 14 van 55

Pim Mulierloop

En weer een mooie wedstrijd door het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Afgelopen maandag de Lions Heuvelloop en dan nu de 10EM van de Pim Mulierloop. Voor mijn doen geen grote afstanden, maar door het looptempo toch behoorlijke inspanningen die echt in de benen gaan zitten. Het was alweer de 77e editie van deze, door AV Suomi georganiseerde, ‘oudste wedstrijdloop van Nederland’. Met start en finish op de atletiekbaan doorkruist het parcours in westelijke richting de volledige breedte van het duingebied tot aan de strandopgang bij het Strandvonderspad. Daar slaat men rechtsaf om vervolgens via de Koningsweg terug te lopen. Een zeer pittige route, die een beetje doet denken aan de traillopen door de Engelse moors. Behoorlijk wat hoogtemeters (meer dan 200), zand- en modderpassages. Het eerste stuk van de Koningsweg zit vol met oneffenheden en steenpuin, waardoor je goed moet oppassen waar je je voeten neerzet. Ik ken natuurlijk elke meter van het gebied door mijn trainingen daar, en dat is een voordeel bij het verdelen van de energie. De inspanning wordt beloond met mooie landschappen. Schitterend is het uitzicht op de stuifduinen aan het eind van de Zeeweg, een felwitte muur die  als een reusachtige golf nadert onder een blauwe hemel. Het was prima loopweer, met wel wat tegenwind op de heenweg maar bij een aangename temperatuur van net onder de 10 graden goed te doen.

Uitgaande van het resultaat van de Lions loop (15km in 1:13:30) hoopte ik een beetje op een tijd onder de 1u20. Door de zwaarte van het terrein (en helaas drie sanitaire stops) is dat niet gelukt, maar met 1:21:32 mag ik als M60 loper eigenlijk best tevreden zijn. Het voelde trouwens ook een beetje alsof de Spaarnwoudeloop, de Ultraloop Castricum en de Heuvelloop nog niet helemaal uit de benen waren. Gek hè? Met vier wedstrijden in vijf weken is het nu dan ook wel even mooi geweest. De training zal zich weer moeten gaan richten op een lager tempo met het oog op de komende marathon en ultralopen.

Pim Mulierloop
23 april 2017
16,1 km, >200 phm

1:21:32 netto
11,85 km/u
40e van 136 overall
Mrecr 35e van 99
M60+ 2e van 8
10EM rangschikking: 9e van 15

Lions Heuvelloop 2017

Vandaag werd de 60 van Texel gelopen maar de 60 km vind ik daar te druk en voor de 120 km was ik niet gekwalificeerd. Gelukkig maar, want het was een zware editie met Noord 5 á 6 tegen op het strand in de tweede ronde. Ik zou de krappe cut-off tijd van 13 uur nooit gehaald hebben.

Maar niet getreurd, want ik heb vandaag met grote voldoening de Lions Heuvelloop van 15 kilometer in Overveen gelopen. Ultralopen doe ik nog steeds, maar sinds enige tijd ben ik weer in de ban geraakt van de kortere afstanden, dankzij mijn zoon Edward met wie ik daar samen aan de start sta.
Het is vrijwel exact 10 jaar geleden dat ik voor het laatst een 15 km als wedstrijd liep.  Dat was de Nescioloop in Diemen op 15 april 2007. Die kostte me toen als 53 jarige iets meer dan 6 minuten minder dan vandaag. Een verval van van 6 minuten in 10 jaar is toch echt niet veel. Als ik de op de tijd van vandaag de WAVA leeftijdscorrectie toepas dan komt dat uit op 59:01. Die Nescioloop komt op uit op 58:52 WAVA. Oftewel: helemaal geen verval ondanks die meer dan 100 tussenliggende long-slow ultra’s en het sinds jaren ontbreken van snelheidstrainingen op de baan. Ik beschouw deze loop als een mooie snelheidstraining als voorbereiding op de Leiden marathon op 21 mei.

De Lions Heuvelloop heb ik ook gelopen in 2003 (15km, 1:10:45) en in  1998, 2001,  2002 en 2005 (allemaal 10 km). In die tijd was de start bij Hockeyclub Bloemendaal en bestond het parcours uit 1, 2 of 3 ronden van 5 km met in elke ronde het Kopje van Bloemendaal en de Hoge Duin en Daalse weg. Toen was het nog een échte heuvelloop.
Nu is de start in Sporthal Tetterode in Overveen. Een mooie accommodatie die veel beter geschikt is voor de deelnemersaantallen die karakteristiek zijn voor huidige loopevenementen. De 5 km gaat nog over het Kopje, maar de 10 en 15 liggen voor het grootste deel in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. De 15 doet daar 2x dezelfde lus, de 10 1x. Ik ken dat gebied op mijn duimpje van alle trainingen aldaar, maar toch zat er in de route een gedeelte dat normaal gesproken niet toegankelijk is. Een leuk stukje dat langs de schaapskooien voert en waar de Schotse Hooglanders tussen de lopers door proberen over te steken. Dat laatste ging trouwens maar net goed. De ondergrond was grotendeels onverhard met hier en daar kuitenbijtende zandpassages. Een mooi landschap, zeker met die blauwe luchten en witte wolkjes erboven. Niet erg warm, zo’n 9 graden met een frisse noordenwind. Prima loopcondities dus. Maar die heuvels? Ik heb ze wel gezien, zoals de Konijnenberg en de Lichtbakkeet. Maar we hoefden er niet overheen. Misschien maar goed ook, want dan zou ik vast niet zo’n mooie tijd gelopen hebben. Edward was trouwens ook dik tevreden met een verscherping van zijn PR op de 10 km.
Het was al met al  een leuk evenement.

Lions Heuvelloop Overveen

Michiel, Edward, André

17 april 2017
1:13:30 netto (chip)
12,24 km/h
M recr 46e van 102
M60 recr 1e van 7
M60 overall 2e van 12