|
'De marathon kent zo zijn wetten. De klassieke afstand van 42,195 kilometer is er voor krijgers, mensen die het lijf-aan-lijfgevecht aandurven met de elementen en zichzelf'. Dat schreef verslaggever Wilco Voordouw in het Haarlems Dagblad naar aanleiding van het gevecht dat de Ethiopiër Haile Gebrselassie tijdens de marathon van Amsterdam had geleverd in zijn (uiteindelijk niet gelukte) poging om het wereldrecord van Paul Tergat (Berlijn!) te verbeteren. Dit citaat karakteriseert exact het gevoel dat ik had toen we onder een stralende herfstzon langs de Amstel in opmars waren naar het keerpunt bij Ouderkerk. Haile was toen allang gepasseerd aan de overkant van de Amstel, in vliegende vaart op de terugweg naar Amsterdam. Vóór mij liep een Fransman met een gehoornde Gauloises-helm op; ik zag zijn silhouet op en neer dansen tegen de felblauwe hemel. Die ééntonige beweging hield mijn aandacht vast en had een hypnotiserende werking; alsof ik met de zwoegende lopers om me heen teruggezet werd naar een grijs verleden, toen iedereen zo'n helm droeg en meeliep in een veldtocht van een vergeten leger dat een vergeten vijand tegemoet trok. En zo was het ook. Want de slag vond plaats ergens tussen kilometer 35 en 40, toen de reserves van het lichaam op waren gebrand en verder voedsel niet meer verteerd kon worden. Toen de wereld ineen kromp tot een chaos van schreeuwend publiek, de paukenslagen van Sambabands en het gekreun van lopers die met kramp tegen de hekken hingen. Toen de enige oriëntatie nog bestond uit de kuiten van de loper vlak vóór mij - en mijn bewustzijn in beslag werd genomen door de verbazing dat ik hem inhaalde hoewel ik niet begreep hoe dat kon omdat ik het besef dat ík het was die liep geheel verloren was. Iets bewoog mij voort, het moeten mijn eigen benen geweest zijn, maar de pijn die de afgelopen kilometers het signaal van hun aanwezigheid was, had plaatsgemaakt voor gevoelloosheid. Het lopen was een zweven geworden, geen gewicht meer, geen pijn, geen tijd, geen kilometers. Binnen die beslotenheid drong een nieuw geluid door, met een schok van emotie herkende ik de stem van de commentator in het stadion, die de namen aflas van degenen die vóór mij de finish passeerden. Ben ik dan nu al bij de finish??? Het oranjerode tartan droeg me de laatste bocht door.
Misschien was dit wel de mooiste marathon ervaring die ik tot nu toe heb gehad. Ja, het liep lekker en de tijd, hoewel geen PR, stemde tot tevredenheid. Maar dat was niet de reden voor de euforie. Die kwam met name voort uit het gevoel van revanche, van zelfoverwinning, na de teleurstelling in Berlijn. Géén gerichte marathon-training, vorig weekend zelfs nog een duurloop van 25 km, en nu - eigenlijk gewoon op de basisvorm - dit resultaat!
Drie dagen duurt het, het gevoel van geluk en overwinning dat na een volbrachte marathon in je lichaam geïmpregneerd is. Daarna volgen een paar dagen met afkickverschijnselen terwijl je weer 'terug op aarde' komt. Waar ben ik geweest?, kun je je dan alleen nog maar afvragen.
|