|
Na twee maanden min of meer op de bank gezeten te hebben met een achillespeesblessure stond ik voor het eerst in 2006 weer eens aan de startstreep van een wedstrijd. De Phanos boscross in het Amsterdamse bos had deze 'eer'. Hoewel deze cross dit jaar ruim een maand later viel dan vorig jaar was hij net als in 2005 weer mijn openingswedstrijd van het jaar. Het parcours, dat zich over en rond de Heuvel (16 meter) in het Amsterdamse bos slingert was anderhalve kilometer langer dan in 2005. Gelet op de tijd van vorig jaar denk ik echter dat het parcours toen ook al langer was dan de 9 km die op de Phanos site stond. Het was een behoorlijke gok hoe mijn hiel het zou houden. Een cross is nou niet het meest hiel-vriendelijke testparcours... Toch wilde ik deze wedstrijd graag gelopen hebben, omdat ik dan, met de Castricum cross in maart er bij, nog in aanmerking zou kunnen komen voor de eindklassering van de Kennemer Cross cup. Iets wat ik als gevolg van genoemde blessure eigenlijk al uit mijn hoofd had gezet. En ik dacht dat het wel mee zou vallen, omdat het al dagenlang droog geweest was en het parcours, nu de vorst uit de lucht is, wel lekker zacht (veel gras) zou zijn. Nou..., nee dus. Toen ik vanochtend opstond was het grijs en regende het! Een lichte motregen weliswaar, maar de plassen die er al lagen wezen er op dat het al geruime tijd aangehouden moest hebben. Dat beloofde wat, want deze cross is bij nat weer ontzettend glad door de klei tussen het gras en op de paden. En ik heb geen schoenen met spikes. Inderdaad was het goed oppassen in de bochten, vooral waar je aan het eind van de aflopende stukken door mollen omgeploegd gras een haakse bocht moest maken om weer op de spaarse stukjes wandelpad te komen die het parcours kende. Het laatste stuk van de klim naar de Heuvel was echter helemaal spectaculair. Het leek wel of ze dat gedeelte met opzet nog even in de boenwas hadden gezet. Ik zag sommigen, die al een paar keer onderuit waren gegaan, ten einde raad dan maar de laatste paar meter op handen en voeten overbruggen. Voor mij was heelhuis finishen belangrijker dan een goede tijd. Ik had absoluut geen zin in een opnieuw oplevende blessure. Toch viel het, met een gemiddelde van 12,72, gelet op het parcours en mijn slechte vorm, alleszins mee.
|