Spaarnwoudeloop(30 km)

Zondag 25 maart 2007

Bij de start van de Spaarnwoudeloop (eerst werd er gezegd dat deze 10 minuten uitgesteld zou worden zodat iedereen verrast werd door het startschot dat toch plotseling klonk) kwam ik mijn Kombijsportcollega Gerard van Smeerdijk tegen en we bespraken de verwachtingen die we hadden voor de 30km. Ik zei dat voor mij een tijd van onder de 2:30 zou betekenen dat ik qua herstel na mijn griep weer op de goede weg was. Vorig jaar had ik (met Kombijers Jan Mulder en Jaap de Koning als onderweg 'opgepikte' hazen) nog een PR van 2:18:43 gelopen, maar ik wist wel dat dat er nu niet in zou zitten. Vanochtend voelde ik me weer erg slapjes hoewel ik een goede nachtrust had gehad. Als die tegenvallende 44:19 van vorige week tijdens de Louis Vinkloop (10 km) een graadmeter was voor mijn vorm dan zou elke tijd onder de 2:30 vandaag prima zijn. Maar tot mijn verrassing liep het motortje uitstekend en werd het nota bene 2:20:22 en daar was ik natuurlijk helemaal mee in mijn nopjes. Mijn op één na beste 30 km. Nu moet ik toegeven dat ik in Spaarnwoude altijd lekker loop omdat ik elke meter van het driemaal te lopen 10 km lange parcours uit mijn hoofd ken door de marathontrainingen die ik er altijd houd. Daarom weet ik mijn krachten goed te doseren en te anticiperen op de heuvel die driemaal genomen moet worden.

De straffe oostenwind in de rug duwde ons deze keer vrij gemakkelijk de heuvel op en op een paar kilometers na (tussen 2 en 3 en tussen 7 en 8) hadden we er weinig last van door het vele bos. Na 20 km was het lopersveld erg uitgedund en was het voor de 30km lopers (slechts 110 van de ruim 1000 deelnemers op alle afstanden) een individuele strijd tegen de elementen geworden. Maar met het stralende voorjaarszonnetje waren die elementen ons goed gezind, behalve misschien de eerder genoemde straffe Noordooster van 5 Beaufort. Mijn tempo lag vrij constant tussen de 4:30 en 4:40 per minuut, wat ik vrij moeiteloos vasthield tot aan km 27, waarna het terugzakte tot net onder de 5 minuten. Daaruit bleek dat ik nog niet helemaal de marathonvorm heb, maar dat had ik ook niet verwacht. In de einduitslag werd ik 4e van de 8 in de M50 en 16e van de 37 heren die de 30km als wedstrijd liepen. Wat rest zijn een paar stijve kuiten, een goed gevoel en vertrouwen voor de Enschede marathon op 22 april. Startnummer 13 was deze keer een gelukkig nummer en is dat altijd zolang je niet bijgelovig bent!