Stemmetjes en een zakflacon endorfine

Flinke klauterpartij na de eerste strandpassage bij Castricum aan Zee

Zes keer heb ik de “Bos-Duin-Strand-ultraloop Castricum” van Willem/Annemarie Mütze i.s.m. sv De LAT gelopen. Vandaag was het mijn 7e deelname, en die was heel anders dan de vorige 6. Want dat waren allemaal 60-plussers oftewel ultra’s, terwijl ik dit keer (als 60-plusser) voor de marathon-versie heb gekozen. Die keuze had te maken met de toestand van mijn rechter knie, waaraan ik een week geleden een flinke Pes Anserinus Bursitis opliep, oftewel een ontstoken aanhechting van de Ganzenvoet pees. En dat loopt niet erg lekker, sterker nog: rust wordt ten zeerste aanbevolen. Maar hoe kun je rustig zijn als je dosis endorfine tot beneden het kritische peil is gedaald? Oftewel: er moet gelopen worden. Jaren geleden, in 2008 of zo, heb ik dezelfde blessure ook een keer opgelopen. De klachten hielden toen vijf weken aan, maar dat had me er niet van weerhouden om in die periode diverse marathons en ultra’s te lopen. Een merkwaardige vorm van ‘rust’, maar uiteindelijk was de klacht toch verdwenen.

Tussen Castricum aan Zee en Egmond aan Zee (km 7)

Maar desondanks zei een streng innerlijk stemmetje ‘wees deze keer nou eens verstandig!’. Verstandig was ik zeker en dus verruilde ik de 62 km voor de 43 km. Geen lus door de Schoorlse Duinen, waar de venijnigste klimmetjes liggen. En natuurlijk is er dan tijdens het lopen altijd zo’n moment waarop een ander stemmetje fluistert: ‘Jòh, het gaat toch best lekker, waarom pik je die extra lus er gewoon niet tóch bij?’. Niet doen dus. Met als gevolg dat ik voor het eerst na de camper-post van Willem in Bergen aan Zee het speciaal voor de ‘marathon’ toegevoegde extra lusje liep. Daar was ik nog nooit geweest, spannend! Vooral spannend door de twee enorme loslopende hazewind-honden die me met hun neus plat tegen de grond gedrukt bewegingloos en met grote ogen aanstaarden. Ze lagen zo stil dat ik eerst dacht dat het beelden waren.

De zee, de zee…

Geen baas of niemand te bekennen. Ik dus overschakelen naar een niet-provocerend rustig sluip-pasje en er met een grote boog omheen geslopen. Pffft…, dat liep goed af. Want de herinnering aan een zelfde type hond dat me op het strand bij IJmuiden letterlijk tegen de grond sprong was weer levendig aanwezig. Na voltooiing van dat lusje, waarin ook nog een stukje strand zat, kwam ik weer langs Willem die druk bezig was om de post op te doeken. Andere lopers zag ik niet meer – en tot aan de finish in Castricum zag ik alleen nog maar wandelaars van de LAT. Heel veel wandelaars. Veel meer dan ik bij eerdere deelnames gezien had. Vermoedelijk was ik midden tussen het hoofdpeloton van de 25 km wandelaars beland. Wel gezellig overigens.

Het Niemandsland (km 23)

Ik was in een niemandsland terechtgekomen dat zich uitstrekte tussen de marathonlopers die al voor mij uit gesneld waren (de meeste zo te zien) en de ultralopers die nog ergens in de bossen bij Schoorl rondhingen. Maar door de aanwezigheid van de wandelaars was ik nooit écht alleen. En ik kon ze ook allemaal inhalen (!). Het finishen in Castricum was ook wel apart. Er was geen loper te zien in het clubhuis van Vitesse! Waren de marathonners al naar huis? De 60-plussers waren er natuurlijk nog niet, want niemand heeft de ultra binnen de 5 uur gelopen. Dus had ik de tafel van Annemarie en haar helpsters alleen voor mezelf en verliep de procedure om het certificaat te krijgen lekker snel.

Zand, mooi los zand…

Best wel leuk, die ‘marathon’. Eigenlijk de ultra in vestzakformaat. Een zakflacon endorfine.  Een pittig dingetje, maar duidelijk lichter dan de ultra met zijn Klimduin en Jan Bas zijn tuintje.
Maar uit mijn knie leek een stemmetje te klinken dat zei: ‘Dank je wel!’

Bollenvelden bij Wimmenum

14 april 2018
Bos-Duin-Strand-ultraloop Castricum
43,8 km 466 phm
5u03m26s
Route

…castello cui nomen Flevum…

Tacitus Tunnel bij Velsen

Dit citaat is van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus en gaat over twee Romeinse nederzettingen bij Velsen, ter hoogte van waar nu de Wijkertunnel  ligt. Daar stroomde vroeger de Oer-IJ, de meest noordelijke vertakking van de Rijn.  Nu ligt er het Noordzeekanaal. Het betrof forten met steigers waar schepen konden afmeren. Castellum Flevum was één van de legerplaatsen die de noordelijke grens van het Romeinse rijk beschermden. Via de Vecht en de Oer-IJ konden schepen het grote fort Trajectum bij Utrecht bereiken. Bij Castricum kwam de Oer-IJ in de Noordzee uit. Het fort werd bewoond van 14 tot 47 n. Chr. Na diverse aanvallen door de Friezen werd het verlaten. Tacitus heeft als één van de weinigen de twee forten bij Velsen beschreven. Het tunneltje onder de A9 bij Velserbroek is daarom naar hem genoemd.

Op de een of andere manier maakt het zien van die naam me strijdlustig.  Dat zal niet door de letterlijke betekenis ervan komen: ‘de stille, de zwijgzame’. Alhoewel ook ik geen grote prater ben. Misschien herinnert dit woord me wel aan mijn Gymnasium tijd, toen ik 5 uur in de week Latijn moest studeren. Wat ik overigens heel interessant en leuk vond.

Die strijdlust (of beter gezegd, de adrenaline die door het ten strijde trekken wordt aangemaakt, kon ik vandaag goed gebruiken. Een duurloop van 40 kilometer bleek een behoorlijke opgave te zijn op deze ‘eerste echte lentedag’ van 2018. Na de koude aanloop van het voorjaar heeft een temperatuur van 21 graden een behoorlijke impact.

Route (het tunneltje is bij km 6 en de ligging van het vroegere Castellum is bij km 9)

Toch weer onder de vijf kwartier!

Vorig jaar liep ik de Lions Heuvelloop van 15 km in 1:13:30. Daar was ik best wel blij mee aangezien ik helemaal niet meer op snelheid getraind had en eigenlijk alleen nog maar ‘long, slow distances’ liep.
Des te groter was mijn verbazing dat het een jaar later opnieuw lukte: 1:14:48 netto. Dus net boven de 12 km/uur gemiddeld. De vorm was naar mijn gevoel minder dan die van vorig jaar en bovendien moest ik halverwege nog een plaspauze toestaan van minstens een halve minuut. Natuurlijk moest ik er wel mijn best voor doen. Alle lessen van tijdens de baantrainingen bij Kombijsport, jaren gelden, kwamen weer terug in mijn herinnering: kniehef, loopsprongen, borst en knieën in één lijn…

Het weer heeft waarschijnlijk ook een handje geholpen: ideale temperatuur van een graad of 10 en een licht regentje dat voor extra zuurstof zorgde.
De Lions Heuvelloop is een leuke kleinschalige wedstrijd voor het goede doel. Het parcours loopt voor het grootste deel door het NPZK (Duin en Kruidberg), voor een deel over een dienstweg die normaal niet toegankelijk is. De Schotse Hooglanders van vorig jaar lieten zich overigens dit keer niet zien.

2 april 2018
Lions Heuvelloop
1:14:48 chiptijd
12,03 km/u
M prestatie 44 van 87
M overall

Sjravele

Is dit Sjravele…?

Ik moet nog even uitzoeken wat het betekent, maar Sjravele door Limburg op een mooie lentezaterdag is een alleszins plezante en bijzonder relaxte bezigheid. Het koude, zeg maar ijzige weer van de afgelopen weken had plaatsgemaakt voor een voorzichtige lentestemming. Zonnig, bijna geen wind en bijna 14 graden.

Willem Mütze had samen met Annemarie weer een mooie ronde uitgestippeld. Samen met ‘Sjravele 1’ op 14 februari vormde deze loop het alternatief voor de legendarische, maar niet meer georganiseerde ‘Limburgs Zwaarste’ van 100 km. Twee kleinschalige (enige tientallen lopers) en ontspannen (‘we hebben de tijd’) landschapsloopjes, beide startend in Heerlen. De eerste volgt een grote lus naar Vaals, die van vandaag liep over Schin op Geul en Valkenburg. Niet uitgepijld, op een paar krijtmarkeringen na, moest de route op de Garmin gelopen worden. Sommige deelnemers hadden zelf geen navigatie bij zich en hoopten kennelijk bij anderen te kunnen blijven die dat wel hadden. Maar dat viel niet mee vanwege de verschillende tempo’s. Zelf hield ik enige tijd een klein groepje bij elkaar aan de staart van het peloton, dat bij de laatste verzorgingspost toch weer uit elkaar viel. Die verzorgingen waren zoals we van Willem en Annemarie gewend waren: perfect. Om de 10 kilometer troffen we hun camper aan met warme en koude drank, soep, vlak en het onvolprezen sneetje brood met gebakken ei. Alleen dat vormt al voldoende reden om half april mee te doen aan de Castricum Ultraloop!

Al met al een heerlijke tocht door het heuvelachtige Limburgse land dat er deze keer droog en dus goed beloopbaar bij lag.

Ik was vrijdag al afgereisd vanaf mijn werk in Amersfoort en heb overnacht in Eilhold (Nivon) in Heerlen. Prima verblijf en ook de zondag ben ik samen met echtgenote in Schin Op Geul gebleven om nog een dagje na te genieten.

O ja, en wat betekent ‘Sjravele’ nou?
Sjravele is ein Limburgs woord veur ónröstig, óngedurig bewaege van emes dae neet sjtil kènt zitte of ligke.

Heuveltje af… (foto: Willem Mütze)

24 maart 2018
Sjravele door Limburg
53,7 km
1050 phm

7u25m
20 van 27 op 53 km, 5 lopers op 42 km, 1 op 32 km)
Route
Fotoalbum

De Kleine Beer: Kalt, hart, schön (3)

Een koud en besneeuwd York

‘The Little Bear’. Zo noemen de Engelsen de tweede Siberische koude-inval binnen drie weken. Deze ‘kleine Russische beer’ duurde maar drie dagen, de ‘grote’ meer dan een week. De Grote Beer, eind februari, had in Engeland een blizzard ontketend en in Nederland een groot deel van het IJsselmeer met ijs bedekt. De ijzige Oostenwind deed de gevoelstemperatuur toen tot -15 graden dalen.

De Kleine Beer mag er echter ook zijn. Op veel plaatsen bulderde er een stormachtige oostenwind, met op de waddeneilanden windstoten tot 9 Beaufort. Op de Noordzee stond zelfs een volle storm uit het oosten. Na een ijzig weekend in York moest onze veerboot, de Pride of Rotterdam, daar vol tegenop boksen wat een veel langere vaartijd opleverde en een ‘very bumpy ride’. Aan dek was het alleen uit de wind vol te houden.

IJsschotsen in het de duinen bij Kattendel.

Vandaag heb ik na terugkeer van het lange weekendje in Engeland een rondje door de duinen gelopen. Het was nog steeds erg koud, maar de stralende zon maakte veel goed. Ook hier had de Kleine Beer zijn sporen nagelaten. En dat op 19 maart!

Een in de zon blinkende gletscher van bevroren zand

Kalt, hart, schön (2)

De vanaf het bevroren Markermeer blazende oostenwind was koud, het ijs was hard en het Noord-Hollands landschap was mooi. Daarom zit er niets anders op dan om voor de winterse trainingsmarathon van vandaag opnieuw de Brocken-leus te gebruiken. Ik had de datum van 3 maart al weken geleden gepland voor een lange duurloop via Marken en daarom was het een bijzondere toevalligheid dat net als bij de editie van vorig jaar het ‘Paard van Marken’ door het ijs ingesloten was.

Het ‘Paard van Marken’

Om niet de hele tijd tegen de ijskoude oostenwind in te hoeven lopen heb ik het traject dit keer van noord naar zuid afgelegd. Het startpunt was in Volendam, dat vanaf Amsterdam Centraal in een half uurtje bereikt kan worden via een rechtstreekse busverbinding.

Het haventje van Volendam

Vanaf het haventje van Volendam ging het via een slingerend dijkpad naar Katwoude en vervolgens via Monnickendam naar Marken. Vanaf het begin van de verbindingsweg moest ik om langs de oostzijde van Marken bij het ‘Paard’  te komen over 5 kilometer tegen de ijzig koude wind opboksen. Windkracht 5 á 6 bij enkele graden onder nul leverde volgens het KNMI op dat moment een windchill van bijna -15 Celsius op, en dat is écht koud. Het zicht op het met pannenkoekenijs bedekte  IJsselmeer was fenomenaal. Een zeer uitzonderlijke situatie voor begin maart.

De ijzige oostkant van Marken met in de verte de vuurtoren

Het verschijnsel was uitgebreid in de publiciteit geweest en daarom waren er nogal wat mensen op af gekomen. Ook zij moesten de kou ontberen, want de auto hadden ze op de parkeerplaats aan de andere kant van het voormalige eiland moeten achterlaten. Veel fotografen met dure digitale camera’s waarop enorme telelenzen gemonteerd waren. Ook langs de Gouwzee bij Monnickendam was veel belangstelling van het digitale gilde, maar ook van de pers. Want hier deed zich een ander bijzonder fenomeen voor: ijszeilen. Uniek om deze ‘Oudhollandse’  taferelen in deze tijd van klimaatverwarming nog te kunnen zien en het huiveringwekkende knarsen van de ijzers te kunnen horen terwijl de bootjes met tegen de 80 kilometer voorbij stoven.

IJszeilen op de Gouwzee bij Monnickendam

Aan het haventje van Marken, precies halverwege, heb ik een traditionele warme cappuccino met appelgebak genuttigd. Hierna begon het tweede deel van de route. Dat was een stuk minder koud dan het eerste omdat ik de wind meestal schuin in de rug had.

Schaatsers in het haventje van Marken

Bij Uitdam liep ik over het bevroren gras van de buitendijk met ter linkerzijde het riet waarin het opspattende water tot bizarre ijssculpturen  was bevroren en rechts de op het IJmeer uitziende bovenste verdieping van de tegen de dijk opgebouwde huizen. Wat benijdde ik de bewoners om het fantastische uitzicht dat zij hadden!

Langs de dijk bij Uitdam. Wie zou zo’n uitzicht niet willen hebben?

Na het fraaie Kinselmeer gepasseerd te zijn over een lange smalle dijk met aan weerskanten water (nu dus ijs) arriveerde ik in Durgerdam met zijn mooie houten kerkje. Vanaf dat punt kwam ik op een voor mij onbekend gedeelte dat via Schellingwoude over de Schellingwouderdijk en de Nieuwdammerdijk naar het IJplein in Amsterdam liep. Ik was verrast door het historische karakter van deze omgeving met zijn oude huisjes, antieke straatlantaarns en parken. En dat zo dicht bij het hart van Amsterdam. Want vanaf het IJplein was het maar een korte overtocht met het gratis pontveer naar het Centraal Station.
En daar kwam dan een eind aan deze mooie duurloop die me verrassend gemakkelijk afging. Maar ook een einde aan deze winter, want de volgende dag zou de dooi invallen, waarna het maartzonnetje snel met het ijs zal afrekenen.

Zicht op Monnickendam vanaf Katwoude

3 maart 2018
Volendam-Marken-Amsterdam
43 km, ca. 5u15m
Route

Marken

Kalt, hart, schön (1)

In de Hekslootpolder

‘Kalt, hart, schön’ is het motto van de Brocken Challenge. Een loop door de winterse Harz die voor een koude start van deze maand zorgde. Hoewel, naar verhouding was deze editie van de BC niet eens zo heel erg koud. -5C bij de start, overdag oplopend tot net onder het vriespunt en aan het eind van de dag, op het 1150 meter hoge plateau van de Brocken wederom enkele graden onder nul. Dat alles met weinig wind. Dat was wel anders in 2012, toen de temperaturen de hele dag tussen de -16 en -12C lagen.

Maar wie had kunnen verwachten dat ‘Kalt, hart, schön’ in de laatste februaridagen ook voor Nederland zouden gelden. Een waarlijk Siberische kou-inval bereikte op 28 februari en 1 maart zijn climax met een harde oostenwind die de gevoelstemperatuur tot onder de -15C deed zakken. En dat is toch wel bijzonder zo laat in het jaar en in deze tijd van steeds zachtere winters. Ondanks de kou was het eigenlijk best wel mooi weer met een stralend zonnetje en een heldere hemel. Veel ijsvorming ook, maar door de harde wind was het ijs te onbetrouwbaar voor grootschalige schaatsactiviteiten. Het hardlopen gaat echter altijd door en zo ook vandaag door de licht besneeuwde polder. In de vroege ochtend was er een sneeuwbui precies over Haarlem getrokken. Het leverde weer mooie plaatjes op.

Langs de Redoute, ten noorden van Spaarndam
IJskraag aan de oevers van de Mooie Nel

Rondje Hekslootpolder
11 km

Het weerbeeld tijdens de loop

15e editie Brocken Challenge = 150e ultramarathon

De 15e editie van de Brocken Challenge was mijn 150e gelopen ultramarathon. Het ging niet vanzelf, maar met de 12u 29m was ik dik tevreden, temeer daar het er even naar uitzag dat ik de finish helemaal niet eens zou gaan halen.

Karakteristiek beeld van het eerste deel van de route. Tussen Landolfshausen en Seulinger Warte (km 12)

De Brocken Challenge (BC) bestaat grofweg uit twee gedeelten. De eerste 42 km van Göttingen naar Barbis heeft het parcours het karakter van een niet al te zware landschapsloop. Alleen de passage over de Hellberg op circa 23 km ‘ist ein bisschen trailig’. De eerste 5 km gaan door het Göttinger Wald omhoog. Hier lagen wat sneeuwresten maar het pad is daar goed beloopbaar. Voor het overige is het tot aan Rhumequelle (km 30) voornamelijk licht golvend akkerland waarover geasfalteerde wegen en paden gevolgd worden.
Dit jaar was de situatie op de Hellberg echter wat moeilijker door de vele omgewaaide bomen die over het pad lagen. Dat was een gevolg van de zware storm Frederike van 18 januari. In het laagland werden toen windstoten gemeten tot boven de 140 km/u, op de Brocken zelfs boven de 200 km/u! We moesten ons tussen de obstakels door een weg banen en dat had tot gevolg dat ik samen met een paar andere lopers verdwaald raakte. Door zo veel mogelijk een een oostelijke en afdalende richting aan te houden kwamen we na enige tijd zowaar weer op de met oranje pijltjes aangegeven route richting Rüdershausen uit.

Chaos op de Hellberg door de talloze omgewaaide bomen

Vanaf Rhumequelle begint het ‘Harzvorland’ met een aantal wat serieuzere heuvels. Hier is het vaak de kille wind die vanaf de besneeuwde Harz omlaag komt die het voor het gevoel onaangenaam maakt. De temperatuur, die bij de start om 06:00 enkele graden onder 0 lag, liep hier op tot net boven het vriespunt. Daar is niet goed op te kleden. Onder de wind- en waterdichte buitenste kledingslaag hoopt zich transpiratievocht op waardoor het hele lijf klam gaat aanvoelen. Maar zonder die buitenste laag is het ook weer de koud. Dus linksom of rechtsom wordt je nooit warm. De enige remedie is dan ook in beweging te blijven. Dat lukte die eerste 42 km trouwens wel, waardoor ik om 11:30 in Barbis arriveerde. Daar heb ik een droge onderlaag aangetrokken die ik in mijn rugzak had meegedragen. Ook het totaal nat geworden windjack heb ik verwisseld voor een ander. Want vanaf hier begint de ‘echte’ BC pas nu we de Hochharz gaan betreden. En dat zou ongetwijfeld betekenen dat ik stukken moest gaan wandelen, waardoor je sneller afkoelt.

Bij de ‘Wasserscheide’ (Steinaër Bach) , het begin van de klim naar de Hochharz (km 45)

De volgende 10 km gaan voortdurend omhoog, het Steinaër Tal volgend. Een mooi stuk van de route langs een snelstromend beekje. Van de hellingen komen kleine watervalletjes naar beneden waarin zich prachtige ijssculpturen hebben gevormd die een tinkelend geluid maken. Vanaf nu is er geen bebouwing meer en behalve een enkele verdwaalde wandelaar kom je geen mens meer tegen.

In het Steinaër Tal (km 50)

Kon ik hier in voorafgaande jaren nog in een dribbelpasje omhoog, dit keer heb ik het hele stuk moeten wandelen. De loopstokken hielpen daarbij wel om er nog enig tempo in te houden. Maar uiteindelijk was daar dan de Jagdkopf waar een geïmproviseerde verzorgingspost was ingericht. Toen ik daar hoorde dat er nog maar 7 lopers achter mij zaten zonk de moed me in de schoenen bij het vooruitzicht van nog 26 zware kilometers ploeteren door de sneeuw. Uitstappen (ja, serieus daar dacht ik aan) was op dit punt gelukkig onmogelijk, dus zat er niets anders op dan maar weer verder te gaan richting Lauschebuche.

Op de Jagdkopf (km 54, hoogte 635m)

Ik werd ingelopen door een klein groepje waarbij ik me wist aan te sluiten. Tijdens de nu volgende lichte afdaling begon ik me weer wat beter te voelen en zonder verdere problemen bereikte ik de post bij Lauschebuche (Braunlage). Een heerlijke post met koffie en hete soep. Ja, en dan, met nog ‘maar’ 18 km te gaan, aan de rand van het Nationalpark Hochharz, begint datgene voelbaar te worden wat ik de ‘aantrekkingskracht van de Brocken’ noem. ‘Wir würden es schaffen!’. De etappes worden korter en afwisselender. Je loopt langs loipen en komt veel afdalende langlaufers tegen. Er ontstaat een alpine sfeer en het sneeuwbedekte landschap is een plaatje. 6 km naar Königskrug, dan nog 4 naar Oderbrück en je staat aan de voet van de Brocken.

Langs de langlauf loipen tussen Königskrug en Oderbrück (km 70)

De resterende 8 km omhoog naar de top van de Brocken is een wandelfeestje. De avond valt en er komt een dichte mist opzetten. Het is geheimzinnig onder de dik besneeuwde sparren. Maar dan, op nog 4 km te gaan, gaat het bijna mis. Er volgt een zeer steile helling (30%) van een paar 100 meter (‘der Rampe’)  naar het talud van de Brocken-spoorbaan. Ineens gaat het niet meer. Bij elke stap ben ik buiten adem en voel ik misselijkheid opkomen. Op een gegeven moment moet ik zelfs in de sneeuw gaan zitten. Het is inmiddels bijna donker, er waait een koude wind en het sneeuwt. Ik voel een lichte paniek opkomen. Wat is er aan de hand? Ik weet het niet. Uitputting? Ik sta op en schuifel pasje voor pasje naar boven. Dan realiseer ik me dat het mijn maag is. Te weinig gegeten en te veel koud water uit mijn veldfles gedronken. Ik heb nog een energy bar bij me en probeer deze tegen heug en meug in naar binnen te werken. Dat valt niet mee, want hij is koud en hard geworden. Al kauwend, duizelig en misselijk kom ik boven. Nu volgt er nog een licht stijgende kleine 3 km langs de spoorbaan, die langs een spiraal naar boven gaat. Het gaat weer beter met me. Ik kom afdalende wandelaars tegen die me aanmoedigen en toejuichen. ‘Bravo!’, ‘Super!’. ‘Bald geschafft’. Daar is de Brocken Strasse. De laatste steile meters geven geen probleem. De mistige lucht kleurt rood en oranje. Dat zijn de lichten van het spoorwegstation. Linksaf. Ratels en kreten klinken op uit het duister. En dan doemen de contouren van het Brockenhotel op. En het finishdoek. ‘Ziel’!

Mijn 9e BC is een feit. En daarmee ook de 150e ultramarathon. En dat mag wel even gevierd worden met soep en worst in de warme Goethesaal.
En dan voor de tweede maal omkleden in droge kleding om vervolgens over de donkere Brocken Strasse de 10 km terug te lopen naar Schierke waar de bus naar Göttingen wacht. En ach, dat die bus dan vervolgens na een kwartier met panne langs de weg staat is natuurlijk een futiliteit na deze geslaagde loopdag. Met een vervangende bus werd ik vlak voor middernacht netjes voor mijn  hotel afgezet nadat de meeste andere passagiers bij het startpunt waren uitgestapt.

Zoals een van de deelnemers in zijn verslag terecht opmerkte: ‘Die Brocken-Challenge ist längst Kult’.

(Uit de doorkomsttijden blijkt dat ik op de Jagdkopf nog maar 6 (van de op dat moment 175) lopers achter mij had. Daar zat ik dus echt in de staart van het peloton. Uiteindelijk waren het er toch nog 26 die na mij finishten op de Brocken (172), waaruit blijkt dat ik in de laatste 30 km relatief gezien weer wat progressie heb gemaakt.)

10 februari 2018
Brocken Challenge
80km, 1900 phm
12u 29m
Plus 10km Brocken-Schierke
Overall 146/170
M60 4/10

Uitslagen
Fotoreportage Arne Bischoff

Naar IJmuiden via Spaarnwoude

Voor de afwisseling loop ik soms niet via de duinen naar IJmuiden, maar via Spaarnwoude. Ik steek dan met het pontveer bij Velsen het Noordzeekanaal over en ga dan via de sluizen naar de Kop van de Haven. Vanaf dat punt loop ik dan door de duinen en langs de bunkerroute naar de Zuidpier. En vervolgens langs het strand terug naar de Herenduinenweg waar ik dan op de bus naar Haarlem stap. Een rondje van 30 km of 34 km (als ik ook nog de volle lengte van de pier heen en terug loop). Een enkele keer pak ik niet de bus maar loop ik door Duin en Kruidberg terug naar huis; dan is het een volle marathon, de ‘piermarathon’. Maar een week vóór de Brocken is dat net iets te veel.

Ertstanker in het Noorderbuitenkanaal bij de Hoogovens

 

Uitzicht richting zee vanaf de kop van het Buitenspuikanaal

Naar IJmuiden via Spaarnwoude
30,4 km
3u25min netto
3C, natte sneeuwbuien op afstand, N2

Niet ontevreden

Over het totaal aantal gelopen kilometers in januari (332) ben ik best tevreden.
Het lopen kwam in het nieuwe jaar maar moeizaam op gang, want de motivatie om er opnieuw een jaar tegenaan te gaan ontbrak na de inspannende ‘eindspurt’ in december 2017. Met name lukte het me niet om er ’s avonds in het donker weer op uit te gaan. Daar kwam dan ook nog een lichte grieperigheid bij, gevolgd door een periode met darmkrampen. Pas op de 27e liep ik mijn eerste marathon-afstand, als trainingsloop.
Nu februari er aan komt met de Brocken Challenge op het programma begint het animo weer te stijgen. En dat het toch nog 332 km is geworden in die moeizame en donkere januari is toch echt wel een opsteker. Wat mij betreft hoeft het dit jaar echt geen 4000-plus te worden. Het accent zal meer en meer komen te liggen op ongedwongen individuele loopjes met een hoog belevingsgehalte. Minder wedstrijden dus. Wat snelheid en dergelijke betreft heb ik daar niet zo veel meer te zoeken en al het gedoe er omheen (vroeg op, ingewikkelde OV-reis en de drukke toestanden voor de start) kan me gestolen worden. In het lopen zelf heb ik echter nog onverminderd veel plezier.

Imposante stuifduinen in het NPZK