Ja of nee?
Nou nee dus. Toen de dienstklopper op het pontje over het Noord-Hollands kanaal bij Landsmeer constateerde dat ik het symbolische bedrag van 25 (vijfentwintig) cent niet bij mij had maakte hij met pont en al halverwege het kanaal rechtsomkeert teneinde mij weer op de steiger te dumpen. Daarbij liet deze zoetwaterkapitein niet de kans voorbijgaan om ook nog eens de slagboom bijna op mijn hoofd te laten neerkomen.
Het Noord-Hollands kanaal vormt voor iemand zonder contant geld op zak een onneembare barrière omdat je afhankelijk bent van kleine pontjes zonder pinautomaat. Waarom kunnen die pontveren niet gewoon gratis zijn zoals ook de veren over het Noordzeekanaal en het IJ? Hebben de lokale overheden daar geen subsidie voor over? Holland echt op zijn smalst.
Enfin, de beoogde duurloop Haarlem-Marken werd Haarlem-Purmerend. Omdat ik dus het kanaal niet over kwam had ik geen andere keus dan een dikke 8 kilometer langs het kanaal te lopen tot aan Purmerend. Van daar uit kon ik dan wel alsnog richting Monnickendam lopen maar na meer dan 40 kilometer had ik daar geen zin meer in. En het ging nog stormen en regenen ook.
Later in het jaar doe ik het nog wel eens over, met contant geld op zak. Tenzij die Jack Sparrow me weer herkent natuurlijk.
Al met al is de eerste marathonafstand van 2018 een feit. En het ging heel gemakkelijk. De pijnlijke linkerknie hield zijn mond en ook de spastische darmen hielden het na een paar oprispingen voor gezien.
Misschien was het wel een voorteken dat mij trouwe wilgenboom-vriend bij Spaarndam de afgelopen storm niet overleefd heeft. Snif.

Haarlem-Zaandam-Landsmeer-Purmerend
43,8 km
ca. 5u15m netto
Af en toe zon, aantrekkende ZW-wind en in de laatste km’s wat regen.
Route































Nou dacht ik toch echt dat ik alle paden en paadjes in de duinen tussen Haarlem en IJmuiden inmiddels wel op mijn duimpje kende. Tijdens de IJmuiden Kust Trail van Mudsweattrails bleek dat aardig te kloppen voor het gebied ten zuiden van de Herenduinweg. Maar ten noorden daarvan kwam ik toch op een aantal mij nog geheel onbekende doorsteekjes terecht. Die vormden samen het meest ‘trailige’ gedeelte van het parcours: felle klimmetjes en afdalingen over smalle paadjes van mul zand die kriskras tussen de doornige begroeiing heen kronkelden. Uiteindelijk kwamen die uit bij de ‘Marine flak batterij Olmen’, een bunker van de Atlantikwall. Daar moesten we dus doorheen via een aardedonkere lage passage waarin hier en daar led-lampjes waren neergelegd. Spectaculair, dat wel, ware het niet dat ik ondanks de waarschuwingen van de organisatie tijdens de tweede passage mijn hoofd flink aan het lage betonnen plafond stootte. De buil zit er een dag later nog steeds.